|
OMO-campagne
moet mannen aan de was krijgen
Phoa
weet waar het knopje zit
door
Marjolein Hurkmans
Je
kunt veel van staatssecretaris Phoa van Familiezaken
en Emancipatie zeggen, maar niet dat hij niet open
en eerlijk voor zijn eigen tekortkomingen uitkomt.
Hij was de eerste om toe te geven dat de OMO-campagne
'Waarom was ik nog voor jou?' - waarvan afgelopen
donderdag een verhalenbundeltje werd gepresenteerd
- een mooiere titel heeft dan zijn eigen initiatief
'Wie doet wat in huis?'. Ook schroomde hij niet toe
te geven dat hij zelf de wasmachine thuis nauwelijks
aanraakt. "Maar ik maak wel het toilet schoon."
Illustratie:
Dilys de Jong
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
"Er
zit een oranje knop ergens", zegt staatssecretaris
van Familiezaken en Emancipatie Kee Liang Phoa geheimzinnig.
"Ik weet niet precies waar-ie voor dient, maar
soms gaat het apparaat zo hinderlijk piepen. Dan druk
ik hem in en dan is het over." Hij kijkt vergenoegd.
"Dan heb ik toch iets nuttigs gedaan met betrekking
tot de wasmachine. Of zou het de droger zijn?"
En hij brengt ook wel eens de wasmand van de badkamer
naar het washok. "Maar dan moet iemand het wel
zien. Anders heeft het geen zin. Ik ben trouwens wel
heel ijverig met de wc-pot. Dat moet wel met een huis
vol dochters. Ik maak het toilet natuurlijk het viest."
De
promotiecampagne 'Waarom was ik nog voor jou?' is
in het leven geroepen door wasmiddelfabrikant OMO
en haakt aan bij het huidige overheidsbeleid om mannen
bewuster te maken van de nog steeds oneerlijke taakverdeling
thuis. Uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat
de was nog steeds door 96% van de vrouwen wordt gedaan.
Komische citaten
 |
| "Ik
draag de wasmand wel eens van de badkamer naar
de waskamer", zegt staatssecretaris Phoa.
"Maar alleen als iemand het ziet". |
Op
een speciale website konden bezoekers berichtjes achterlaten
met betrekking tot de was en strijk en vooral hoe
de taken bij hen thuis zijn verdeeld. Dat leverde
komische citaten op, zoals: 'Mannen vinden zichzelf
vaak heel technisch. Maar de wasmachine bleek veel
te ingewikkeld voor mijn vriend', 'Hij zei dat hij
het wel een keer wilde proberen en vroeg 'waar staat
de wasmachine eigenlijk?'' En: 'Mijn man heeft laatst
de hele was gedaan. Tenminste, dat dacht ik. Tot zijn
moeder zei: 'Is dat fijn of niet, dat ik al je was
voor deze week heb gedaan?'
Die citaten leverde zeven schrijvers inspiratie
voor evenzoveel korte verhalen die gebundeld werden
in een piepklein boekje dat de consument vanaf deze
week gratis bij zijn wasmiddel krijgt. Alle zeven
waren ze aanwezig bij de officiële presentatie,
waar ze zelfs al bij de koffie hun eigen wasperikelen
uit de doeken gingen doen. Jan Kuitenbrouwer bijvoorbeeld
bekende onmiddellijk met zijn vrouw in een strijkconflict
te zijn. Sinds kort mag hij alleen nog de boordjes
van de T-shirts doen.
Het werd een hilarische ochtend. De schrijvers rolden
zowat over elkaar heen wat betreft de scherpe oneliners
over taakverdeling, meedogenloze analyses van de strijkproblematiek
en persoonlijke ontboezemingen met betrekking tot
hun eigen wasproblemen.
Alleen Martin Bril had van dat laatste geen last.
"Ik ben opgegroeid tussen de zeep", zei
hij. "Mijn vader werkte voor Unilever en onze
hele garage stond vol bulkgoederen. Ik heb ook wel
wat met de was, niet in de laatste plaats omdat mijn
moeder het zo goed kon. En dat had natuurlijk weer
te maken met al die wasmiddelen in huis. Dat heb ik
zelf nu ook nog, een kamer vol pakken en flessen wasmiddel.
Ik heb daar wel baat bij sinds mijn vrouw heeft besloten
niet meer voor me te wassen en te strijken. Voor dat
laatste heb ik inmiddels lessen gevolgd bij een vriend
die in het theater werkt.
Theaterjongens kunnen strijken. Net als homo's
en mannen die in het leger hebben gezeten. Echte mannen
kunnen niet strijken. Maar ik moet zeggen, na 24 overhemden
vind ik het best een bevredigende activiteit. En het
vereist ook concentratie. Voor je het weet heb je
een hemd verbrand."
Jessica Durlacher is vooral praktisch ingesteld. "Ik
heb niks met de was. Daarom draag ik nooit wit. Met
kleine kinderen is dat veel te snel vuil; drukken
ze zo'n welgemeende chocoladezoen op je buik en moet
het wéér de was in. Maar ik kan er ook
wel weer een mooie filosofische benadering bij bedenken.
Welbeschouwd symboliseert de was natuurlijk ook de
cirkel van het leven: vernieuwing."
Bonenschotel
Marjan Berk 'bewaste' twee echtgenoten en vijf kinderen
"met wasbord, wringer en sop opkoken". "Die
mannen heb ik nooit iets kunnen leren. De een kwam
niet verder dan een bonenschotel, de tweede kreeg
nog net het gehaktballen draaien onder de knie, maar
daar hield het ook mee op. Tegenwoordig heb ik een
wasmachine en een Portugese hulp. Die strijkt ook,
soms met haar eigen ijzer, maar dan ligt meteen de
flat plat. Als ze met vakantie is, doe ik de was zelf.
Dat wil zeggen: ik ga met het wasgoed in bad zitten.
En dan kletsnat ophangen, hoef je het ook niet meer
te strijken. Dit is een tip!"
Lydia Rood bekende dat zij haar man heeft verboden
te wassen. "Hij kostte me veel te veel geld;
al die wollen truitjes die in babyformaat uit de machine
kwamen!"
De website van het wasmiddelenmerk blijft voorlopig
nog even in de lucht. Nog steeds zijn er filmpjes
te downloaden die via de mail naar de wasmachineontlopende
wederhelften kunnen worden gestuurd om hem duidelijk
te maken dat-ie nou echt eens zelf aan de strijk moet.
"Vanaf 21 mei worden ze een stuk harder",
aldus een woordvoerster van OMO. "De mannen die
dan nog niet aan de was zijn, kunnen worden bestookt
met guerrillatechnieken die we nu nog niet willen
verklappen."
|