telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Autopagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo  
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
 

     

Weinig aandacht voor nabestaanden

Woorden na de dood

Hoe benader je iemand die rouwt om een echtgenoot, een vader, een moeder, een kind? Duik je snel weg achter een boom of maak je een praatje? Wat zeg je dan? En, wat kun je beter niet zeggen? Een thema waarmee Lia Jongbloed (61) werd geconfronteerd na de dood van haar man Aad. Ze schreef er het boek 'Na de dood' over. Geen gebruiksaanwijzing, maar wel een handvat.


                                                                                                          Illustratie:Dilys de Jong

Kun je eigenlijk wel fouten maken in de omgang met nabestaanden? Ja hoor. Neem die arts, die het dossier van een jongeman doornam wiens moeder enige jaren eerder was overleden. Ook het dossier van de moeder werd erbij gehaald. De arts scheurde prompt haar gegevens eruit met de woorden: "Die kunnen weg, die is dood."

Een stuitend voorbeeld van lompheid. De medische stand kan er wat van, zo ontdekte Lia Jongbloed, vroeger werkzaam als journaliste, tijdens haar speurtocht naar verhalen van nabestaanden. "Mijn man werd voor de uitslag van het nieronderzoek door een arts begroet met de woorden: 'Ah, daar is de man met de grote niertumor!' Nou, we wisten dus meteen hoe hij eraan toe was."

Toen haar net overleden man Aad thuis werd 'weggehaald' en Lia een foto meegaf om te laten zien hoe haar en baard verzorgd moesten worden, sprak de ophaler de voor Lia onvergetelijke woorden: "Maak u geen zorgen mevrouwtje, als wij met hem klaar zijn, kent u hem niet meer terug."

Humor

Lia Jongbloed:"Een klein beetje menselijke warmte is vaak al genoeg"

Nu zijn Lia en haar kinderen gelukkig in het bezit van een groot en ironisch gevoel voor humor, zodat de woorden voor bevrijdende hilariteit zorgden in die benauwde uren net na het overlijden. De nuchtere, opgeruimde Limburgse kan er nu, vijf jaar later, nog steeds om glimlachen. Maar in die uren, weken, maanden daarna werden er ook veel dingen gezegd die kwetsten of moeilijk te verdragen waren. Overbodige adviezen bij voorbeeld: 'En nu niet gaan verslonzen, hoor!' of 'Ach, jullie waren zo optimistisch, maar ik wist al wel dat hij niet beter zou worden'. Het bracht haar tot het verzamelen en opschrijven van de verhalen van zeventien nabestaanden: zijzelf, maar ook ouders die hun kind hebben verloren, een zelfmoord, een man die zijn ouders op jonge leeftijd verloor, de ouders van een doodgeboren kind. Zoveel verhalen, evenveel karakters, doodsoorzaken, en vooral ervaringen met de omgeving in de periode tijdens en na het overlijden.

Ze wil mensen met haar boek (uitgeverij Bzztôh) geen lesje leren, maar aan het denken zetten. "Met als algemene regel: kijk naar de persoon die het betreft. Verplaats je in die ander. Waar heeft hij of zij behoefte aan? Het wordt vaak als eng ervaren om iemand die een persoonlijk verlies heeft geleden te benaderen. Maar er hoeft niet altijd een zwaar, therapeutisch gesprek gehouden te worden. Gewoon even je sympathie tonen, vragen hoe het gaat en dan merk je vanzelf wel of er behoefte is aan meer. Iedereen in zo'n situatie is blij met een beetje menselijke warmte."

Moeilijk

Lia heeft zelf ervaren hoe moeilijk dat kan zijn. "Een kennis van mij had, nog voor het overlijden van mijn man, haar dochter verloren. Ik zag haar een tijdje nadien op een feestje, zo'n eenzame rug aan de bar. Er flitsten honderd gedachten door me heen: weet ze eigenlijk nog wel wie ik ben? Wat moet ik zeggen? Klinkt het dan niet als een opgelegd pandoer? Ik ben doorgelopen. Nu weet ik dat ik naast haar had moeten gaan zitten en wat te drinken had moeten bestellen. Gewoon, even samen een glaasje drinken, net als vroeger. Want ook dat 'net als vroeger' kan heerlijk zijn, er hoeven heus niet meteen tranen gestort te worden."

Steun uit de omgeving, een kaartje, een telefoontje, het is heel belangrijk. Maar minstens zo belangrijk is zelf initiatieven nemen. Lia: "Als je te lang thuis op de bank blijft zitten, moet je niet gek opkijken als uiteindelijk iedereen wegblijft. Ikzelf was wat doorgeslagen qua initiatieven: ik ben vijf cursussen gaan doen, van flamencodansen tot computeren. Tot de arts me duidelijk maakte dat dat eerste niet zo goed was met een artroseheup!"

"En wat er sowieso gebeurt als je je man hebt verloren: je ontdekt dat sommige vriendenkoppels wel vrienden waren van Aad en Lia, maar niet van Lia alleen. Dat moet je accepteren, hoewel het hard is. Je bent namelijk al zoveel kwijt. Toch komen er ook weer vrienden bij, is mijn ervaring. Praktische tip: ik nodigde voor etentjes vaak twee koppels uit. Hoefden ze niet in stilte te zitten kijken tot ik uit de keuken terug was."

Nodigde, want Lia heeft inmiddels weer een vriend. Ook daar kan de omgeving moeite mee hebben. "Het wordt vaak als 'te snel' gezien. Iemand zei: 'Je overleden man was leuker'. Alsof ik het voor het kiezen heb!"

Maar gelukkig is Lia de afgelopen jaren ook veel mensen tegengekomen die wel prettig steunden. "Het hoeft niet altijd allemaal zo groot en enorm. Een kort 'hallo' zeggen, is altijd nog beter dan een schichtige vlucht achter de blikken in de supermarkt!"


Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier


© 1996-2003 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.