telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Autopagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo  
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
 

     

Servaas Kamerling breekt met boekje lans voor invalide

"Ik ben meer dan een rolstoel"

door Denise Hoogland

Het was u misschien nog niet opgevallen, maar het is het Europees jaar van mensen met een handicap. Het jaar waarin aandacht voor en integratie van gehandicapten centraal staan. Een betere timing voor zijn eerste boekje 'Wil hij een snoepje...?' had Servaas Kamerling niet kunnen bedenken. De 36-jarige gehandicapte, die met veertien jaar verlamd raakte na een val uit een boom, maar al meer gereisd en gesport heeft dan menig valide persoon, beschrijft op veelzeggende wijze het leven in een rolstoel. Servaas en de eveneens invalide Ellen van Wijk praten verder over de obstakels die ze moeten overwinnen en hun ervaringen met relaties.


                                                                                                    Illustratie: Dilys de Jong

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

Sportief is het eerste wat je ziet als je Servaas Kamerling de hand schudt. Hij draagt voor de gelegenheid een pak over zijn gespierde lijf, maar de meeste mensen zullen zich zijn basketbaltenue herinneren. Meer dan veertien jaar maakte hij deel uit van het Nederlands rolstoelbasketbalteam, deed mee aan drie Olympische Spelen en vloog daarom alleen al de halve wereld over. Servaas werkt daarnaast voor een internationaal bedrijf, waarvoor hij veel reist. Dan maak je natuurlijk wel wat mee, zeker wanneer je dat in een rolstoel moet doen. Het leverde een kritisch maar humoristisch boekje op.

In 'Wil hij een snoepje...?' vliegt de lezer van Sidney naar New York, van Edmonton naar Berlijn en van Tokyo naar Parijs. Wordt onderweg nog even gestopt in discotheken in Lexington en Zoetermeer, op de Technische Universiteit van Delft om te studeren én maken we en passant nog kennis met vrouw Elza en kind Jesse. Overbodig te zeggen dat Servaas Kamerling een druk bestaan leidt. Waarmee hij meteen wil benadrukken dat iemand in een rolstoel beslist geen kasplantje hoeft te worden. Maar hoe actief en zelfstandig ook, er zijn situaties waar zelfs de meest getrainde rolstoeler niet tegenop kan.

Meubilair

Hotelkamers bijvoorbeeld met dusdanig krappe inrichtingen dat eerst het halve meubilair op het bureau moet worden gezet. Of vliegmaatschappijen die uit veiligheidsoverwegingen geen gehandicapten meenemen zonder begeleider. "Op mijn vraag of de aanwezigheid van mijn vrouw hun standpunt zou veranderen, antwoordden zij bevestigend. Toen ik vroeg hoe mijn vrouw van 50 kilo mij zou moeten dragen, viel het stil. "En de hovercraft naar Calais: "Bij aankomst stond vermeld dat rolstoelers op assistentie konden rekenen. Aan boord wachtte ik echter tevergeefs. Vlak voor vertrek werd ik zelfs gemaand mijn auto te verlaten. De hovercraft zou niet geschikt zijn voor rolstoelers en personeelsleden konden niet helpen tillen omdat ze niet verzekerd waren. Ik heb mij vervolgens met pak en al uit mijn auto laten vallen en heb mij op mijn kont over de smerige grond richting deur en trappen voortgesleept."

Afgezien van pijnlijke voorvallen, is 'Wil hij een snoepje...?', dat is uitgegeven bij Boekenplan in samenwerking met het bedrijf Sunrise Medical, vooral een verzameling humoristische anekdotes, waarin de auteur zich regelmatig van een flinke dosis zelfspot bedient: "Ook op een roltrap trekken wij veel bekijks. Een teamgenoot had de neiging te kijken hoeveel hij van ons kon laten stranden door de noodknop in te drukken. Op eigen kracht konden wij toch afdalen. We gingen wél met zijn allen achter de dader aan, gooiden hem uit zijn stoel en ontdeden die van zijn wielen. Helaas waren er altijd mensen die het zielig vonden en zijn wielen gingen halen."

Volgens Kamerling wordt er in Nederland hard gewerkt aan goede voorzieningen, maar zijn er nog veel merkwaardige obstakels: "Invalidentoiletten bijvoorbeeld die alleen met een sleutel te openen zijn. Die blijkt echter uitsluitend op te halen bij de receptie, een verdieping hoger. En laat er nu net een probleem met de lift zijn."

Hij kan er soms nog om lachen: "Als je om dat soort dingen kwaad wordt, kun je aan de gang blijven. Als gehandicapte zul je moeten leren omgaan met frustraties en teleurstellingen. Maar een beetje begrip van mensen kan geen kwaad. Het is jammer dat er zo'n apartheidsbewind wordt gevoerd als het gaat om gehandicapten. Wordt er ergens een nieuw gebouw neergezet, dan lijkt het wel of de architect zich pas op het laatste moment heeft bedacht dat er ook nog gehandicapten in moeten kunnen. En verschijnt er dus ergens aan de achterkant van die prachtige marmeren hal met trappen nog een afgelegen deurtje voor rolstoelers."

Klimpartijtje

Servaas Kamerling was veertien jaar oud toen hij invalide raakte. Hij woonde op dat moment in Engeland. Tijdens een doodgewoon klimpartijtje met zijn vriendjes in een boom maakte hij een ongelukkige misstap en viel. Hij zou nooit meer kunnen lopen. "Natuurlijk ben ik door een diep dal gegaan. Heel diep. Maar terugkijkend heb ik een vrij normaal leven geleid. Weliswaar dankzij een moeder die me werkelijk overal naar toe bracht en vrienden die me nooit hebben laten vallen. Maar bij de pakken neerzitten helpt niet."

Sport heeft hem veel goeds gebracht. "Ik raad het iedere gehandicapte aan. Het gaf mij veel zelfvertrouwen terug. Dat was ik na het ongeluk wel even kwijt. Vooral in de periode dat ik terug in Nederland was. Teerde ik in Engeland volledig op de reputatie die ik voor het ongeluk had, hier moest ik mezelf opnieuw bewijzen. Ook met vriendinnetjes."

Servaas is inmiddels getrouwd met Elza en heeft een zoontje van twee jaar. "Ik ontmoette hem op de school waar ik destijds werkte. Hij kwam zijn neefje ophalen", vertelt ze. "Het was liefde op het eerste gezicht. Die rolstoel viel mij in eerste instantie niet eens op. Natuurlijk verloopt je relatie anders. Je begint meteen met veel praten", erkent ze. "Over zaken waar je tegenaan kunt lopen. Bijvoorbeeld de omgeving; mensen denken vaak dat je zijn verpleegkundige bent. Toch heb ik dat vooraf nooit proberen te controleren. Ik was verliefd, wilde hem helemaal leren kennen en dacht: de rest zien we dan wel weer. Of het op seksueel gebied anders is?" Resoluut: "Het is veel intiemer." En Servaas lachend: "Ik heb zo mijn beperkingen natuurlijk. Kan haar niet even leuk op het aanrecht smijten."

Elza: "Ik heb Servaas nooit zielig gevonden. Hij heeft zoveel positieve energie. Dat hebben trouwens alle jongens uit zijn team. Die zien er stuk voor stuk heel verschillend uit, maar hebben allen een leuke relatie met een valide vrouw."

Ze erkent dat Servaas en teamgenoten een soort toplaagje vormen onder de gehandicapten. Niet iedereen is gezegend met sportief talent, een goed stel hersens of leuk uiterlijk. "Maar wij denken dat het er veel meer zouden kunnen zijn. Daar ligt echt een taak voor de revalidatiecentra. Je moet er uithalen wat er in zit. Sport doet wat dat betreft een hoop."

Dramatisch

"Maar niet alles", zegt de 26-jarige Ellen van Wijk. Zij raakte op haar twintigste verlamd na een serie dramatisch verlopen rugoperaties die zij onderging na een val van haar paard. Paardrijden doet ze echter nog steeds. "Dat heeft me door alle ellende heen gesleept. Ik ben het met Servaas eens dat zo'n sport je veel vertrouwen kan teruggeven. Op het gebied van relaties denk ik echter dat je voor flink wat teleurstellingen kunt komen te staan."

De relatie bijvoorbeeld met het vriendje dat ze al twee jaar had voordat ze haar dwarslaesie opliep, ging heel snel over. "Enerzijds omdat ik het idee had dat ik hem ontzettend belastte. Anderzijds omdat het voor hem moeilijk vol te houden was met de strikte bezoekuren in het revalidatiecentrum, zijn school en andere verplichtingen. Ik heb hem erg gemist. Je krijgt weliswaar veel aandacht van familie en vrienden, maar je mist een soort echte liefde. Toch moet ik toegeven dat ik er in die periode helemaal niet open voor stond. Je hebt zoveel gevechten te overwinnen. Daarbij past geen relatie."

Ellen, een mooie blonde verschijning met een goed stel hersens, ontving niettemin al tijdens haar revalidatie veel aandacht van mannen. Zowel van medepatiënten als hulpverleners. "Dat streelt je ego, maar ik heb ook nare ervaringen gehad. Meteen de eerste avond dat ik in die kliniek wat ging drinken in de bar. "Er zaten daar allemaal jongens met een dwarslaesie. De een nog gefrustreerder dan de ander. Ze boden me wat aan. Hoewel ik jus bestelde, kreeg ik een mixje met wodka. Na een periode van veel ziek zijn, hakte dat er flink in. Toen ik vervolgens beroerd naar mijn kamer wilde, meende een van die jongens daar misbruik van te moeten maken."

Ellen ontmoette gelukkig ook leuke jongens, maar vaak voor korte duur. "Laatst nog in Scheveningen tijdens een avondje uit. We hadden een geweldige avond, maar toen ik hem belde voor een tweede afspraak ging het ineens allemaal moeizaam. Alsof hij het te ingewikkeld vond. Jammer, ik ben juist zover dat ik weer plaats heb voor dat soort dingen in mijn leven."

En: "Oké, ik kan niet lopen en ik reis niet met het openbaar vervoer, maar voor de rest doe ik alles. Ik ben heus niet wanhopig, integendeel. Maar gehandicapten verdienen op dit punt een beetje meer aandacht."


© 1996-2003 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.