telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
Over Geld 
Scorebord 
Autopagina 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Word gelukkig: Neem ontslag!
door Marjolein Hurkmans

Doet u wel eens niets? Gewoon helemaal niets? Of bent u net als iedere andere gemiddelde Nederlander. Als u afgemat thuiskomt van uw veeleisende baan gaat u eerst het gras maaien, vervolgens die boekenplank ophangen die al een week in de schuur staat, eten koken en dan na Barend en Van Dorp ingestort naar bed. Tot hier en niet verder. Stop de intercity die u uw leven noemt; neem vrij, desnoods ontslag!


                                                                                             Illustratie: Dilys de Jong

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

Als het aan Ernie J. Zelinsky ligt, zeggen wij maandag namelijk massaal allemaal onze banen op. In het boek Nietsdoen, een levenskunst (uitgeverij Synthese) adviseert hij ons zoveel mogelijk vrije tijd te nemen. Hoe we dat moeten doen en vooral hoe we al die loze uren gaan invullen, weet hij ook. In 240 pagina's legt hij ons precies uit hoe we van verveelde 'couch potatoes' kunnen veranderen in energieke levensgenieters.

Daar gaan, zoals het een goede goeroe betaamt, veel oneliners mee gepaard. Van die tsjakka-kreten die ons de juiste motivatie moeten geven om het leven te gaan leiden dat Zelinsky ons als een wortel voorhoudt. Om er een paar te noemen: de moraal van werk is de moraal van slaven; werk is het mooiste dat er is, dus moeten we altijd wat bewaren voor morgen; gezien de overvloedige hoeveelheid werk waaraan workaholics zich te buiten moeten gaan om zeer matige resultaten te bereiken, zijn de meesten behoorlijk incompetent.

Maar ondanks die kreten zit er natuurlijk ook wel weer wat in. In deze tijd waarin nog nauwelijks iemand er zeker van kan zijn dat hij of zij over een half jaar nog steeds een vaste baan heeft en waarin steeds meer mensen vlak na het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd van pure onmacht om hun dagen zonder betaalde arbeid te vullen het loodje lijken te leggen, is een zelfhulpboek over vrijetijdsbesteding op zich geen overbodige luxe. En als je het advies 'neem ontslag' terzijde legt, houd je aan 'nietsdoen, een levenskunst' precies zo'n boek over. Het staat boordevol oefeningen om je aan te leren hoe je je vrije tijd het beste kunt benutten. En adviezen die het werkloze leven moeten veraangenamen. Zelinsky noemt zichzelf dan ook een vrijetijdskenner, wat hij kennelijk ooit is geworden in een gedwongen arbeidsvrije periode. "En door een vrijetijdskenner te zijn", zo schrijft hij, "kun je beter van het leven genieten dan wanneer je je ziel en zaligheid in je werk legt." Immers: "Als je gelukkig bent zonder baan, zit je in een veel betere gemoedstoestand dan terwijl je op zoek bent naar werk"; "aangezien de werkeloosheidscijfers hoog blijven, zullen de meeste mensen vaker en langer zonder werk zitten"; "als je je identiteit op je werk baseert, raak je jezelf kwijt wanneer je je baan kwijtraakt". En tot slot: "als je leert gelukkig te zijn zonder baan, zul je niet zo bang zijn om hem te verliezen."

Slavernij

Dat het arbeidsethos dat heden ten dage opgeld doet - en wat Zelinsky toeschrijft aan de protestanten - niet het juiste is, bewijst hij met een verwijzing naar de Grieken en de Romeinen. "De oude Grieken vonden werk iets ordinairs. Werk, alleen om het werk zelf, betekende slavernij en een gebrek aan productiviteit. De enige reden om te werken, was om meer vrije tijd te krijgen. Socrates beweerde dat aangezien handwerkslieden geen tijd hadden voor vriendschappen of voor dienstbaarheid aan de gemeenschap, ze slechte burgers waren en ongewenst als vrienden."

En ook later in de geschiedenis werd een noeste arbeid niet als het hoogste goed beschouwd, zo meldt de levenskunstenaar. "Hoewel de Europese boeren in de Middeleeuwen arm en onderdrukt waren, maakten ze geen lange werkdagen. Ze vierden de naamdagen van zelfs de meest onbekende heiligen; als gevolg kregen ze in de loop van de tijd steeds meer vrije dagen en steeds minder werkdagen. Het normale aantal feestdagen was op een zeker moment honderdvijftien per jaar."

Dat is andere koek dan wat wij tegenwoordig te verhapstukken hebben aan vakantiedagen. Vijfentwintig ongeveer, als het meezit komen daar nog een à twee dagen bij wegens overwerk. Die wij - volgens Zelinsky - vervolgens niet eens opnemen omdat we allemaal denken dat we onmisbaar zijn en door een achterhaalde religie ons vreselijk schuldig voelen wanneer we van het leven genieten in plaats van ploeterend ten onder te gaan. "De hele natie is gek geworden. Zakenlieden, net als iedereen, staan er nog steeds op zes dagen per week te werken. Hoewel ze recht hebben op 25 vakantiedagen, nemen ze hooguit zes dagen op. Als zakenmensen vakantie nemen, weten ze niet hoe ze moeten ontspannen. In plaats daarvan rennen ze van hot naar her en putten zich uit om zoveel mogelijk uit hun vrije tijd te halen als maar kan. Het Japanse arbeidsethos is zelfs zo sterk dat ze een ziekte hebben ontwikkeld die ermee gepaard gaat. Karoshi is de Japanse term voor een plotselinge dood door overwerk en 10 procent van de Japanse mannen overlijdt eraan."

Het advies van de auteur om meer vrij te nemen, is dus zo gek nog niet. Het vervelende is alleen dat je aan vrij zijn moet wennen. Anders, zo waarschuwt hij, ben je straks gepensioneerd of werkloos en zit je je achter de geraniums suf te vervelen, omdat je in het verleden alleen maar hebt gewerkt en geen enkele hobby hebt ontwikkeld. En daar is dan meteen de praktische eerste stap naar een vruchtbaar arbeidsloos bestaan: begin aan een, of het liefst meerdere, hobby's die je straks door al die vrije tijd heen kunnen helpen. Maak een lijstje, zegt Zelinsky, met de dingen die je graag zou willen doen. Stel je hebt nog maar zes maanden te leven en wat zou je in dat halve jaar zeker nog ondernomen willen hebben. Hij doet daarbij meteen wat tips aan de hand, die variëren van het 'met blote voeten door een vennetje lopen' tot 'leren achteruit rennen', 'beroemde citaten leren' en 'goud zoeken'.

Die laatste tip lijkt ons nog wel een praktische. Immers, als we morgen ontslag nemen wie betaalt dan overmorgen de hypotheek en de boodschappen? Want hoewel Zelinsky zegt dat wij geen geld nodig hebben om gelukkig te zijn en een leuk leven te leiden, denken wij dat meneer Albert Heijn ons ziet aankomen als wij met dit motto een volle boodschappenkar langs de kassa proberen te rijden. Zelinsky's ervaringsverhaal over hoe om te gaan met een incassobureau dat onbetaalde rekeningen wil innen, kunnen wij ook geen echte aanrader noemen: "Toen ik op de armoedegrens leefde en een incassobureau achter mijn broek had vanwege de afbetaling van een lening, had ik een aantal creatieve trucs achter de hand om met de medewerker van dit bureau om te gaan. Mijn altijd doeltreffende oplossing was niets te zeggen als de medewerker zichzelf eenmaal bekend had gemaakt aan de telefoon. In plaats daarvan sloeg ik de hoorn tegen mijn bureau tot hij ophing."

Natuurlijk heeft hij weer wel gelijk als hij zegt dat een heleboel materiële zaken overbodig zijn, maar de vraag die je daar tegenover kunt stellen, is hoe hij denkt de toch soms prijzige tips uit zijn hobbylijstje als naar een tennisclub gaan, een nieuw restaurant uitproberen of reizen te kunnen betalen wanneer het inkomen terugvalt tot een bestaansminimum. En zelfs een bestaansminimum - Zelinsky heeft het over 500 euro per maand - moet ergens vandaan komen. De Grieken hadden slaven om het werk te doen; we zouden natuurlijk een vergeten stam aboriginals kunnen importeren. Vooralsnog houden we echter onze ontslagbrief nog maar even bij ons. Er is immers nog een andere oneliner die het nodige gewicht in de schaal legt: "Wie doet wat hij leuk vindt, hoeft geen dag in zijn leven te werken."


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.