Belg doet onderzoek naar mooiste herinnering
ONBETAALBARE
MOMENTEN
door Daphne van Dijk
AMSTERDAM-Vraag
een gemiddeld mens naar zijn of haar mooiste herinnering
en men komt veelal aanzetten met de trouwdag of de
geboorte van de kinderen. De Belgische psychotherapeut
Wilfried van Craen geloofde niet in deze voorspelbare
klassiekers. De afgelopen drie jaar liet hij 77 mensen
onder hypnose over hun dierbaarste momenten in het
leven vertellen. Het leverde verrassende verhalen
op in het onlangs verschenen boekje Van een ontwrichtende
eenvoud (uitgeverij Scoop).

Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
Ik ben negentien jaar en woon eindelijk
op kamers. Het is een doordeweekse schooldag. Met
enkele vriendinnen verlaat ik de school en we overleggen
wat we zullen doen: iets gaan eten in het studentenrestaurant,
zelf iets klaarmaken of nog wat wachten en wat anders
doen. Het plezier zit hem in de vrijheid van het kunnen
kiezen, zonder verantwoording te moeten afleggen.
Het wordt zelf koken, in alle gezelligheid, met veel
geklets en lol. In deze scène openbaarde zich voor
mij dat zo lang verlangde gevoel van vrijheid om zelf
te kunnen kiezen wat, hoe, wanneer, hoelang en met
wie je at. Of je meteen afruimde of pas de volgende
dag. Of je de afwas liet staan of niet. En dan alles
zonder rekenschap te hoeven afleggen. Bovenstaand
verhaal is van Jana (25). Het beschrijft een schijnbaar
banaal iets als het eten van een studentenmaal. Maar
volgens Wilfried van Craen is deze herinnering juist
de concretisering van een zo lang verlangde vrijheid,
een abstract onderwerp dat blijkbaar een heel prettige
beleving was. Geluk zit hem in kleine momenten. Hij
concludeert dan ook dat alles wat in een mensenleven
waardevol blijkt te zijn geen geld kost en dat het
niet om materiële zaken gaat. "Niet één van de beschreven
gelukservaringen is het gevolg van materiële luxe",
schrijft hij. "Geen auto, tv, huis, gsm, computer(spelletje),
juweel, designmeubel, parfum... kortom alles wat de
reclame-industrie ons voorhoudt als ultieme geluksbrenger,
slaagt erin iets wezenlijks te betekenen in ons bestaan."
Grootouders
Nog een opmerkelijke conclusie: de
fijne ervaringen uit de kindertijd scoren het hoogst,
vooral de vroegkinderlijke (3-5 jaar), die tussen
9-12 jaar en die met opa en oma. "Ze herinneren ons
eraan dat de gelukkige momenten eenvoudige zaken zijn
als aandacht, geborgenheid, verbeelding, erbij horen
en kunnen verlangen. Wat bijvoorbeeld opvalt is de
vaak terugkerende aanwezigheid van grootouders in
de beschreven ervaringen: zij wisten, onttrokken aan
de ratrace en consumptiegekte, de essentie te bieden."
Zoals bijvoorbeeld blijkt uit
het verhaal van de 13-jarige Jannes: Ik ben tien
en we zijn net aangekomen op de parking van Disneyland.
We stappen uit en ik zie meteen de verschillende attracties.
Er heerst een heel prettige spanning, een sfeer van
blijde verwachting. Maar het belangrijkste is: we
zijn allemaal samen. Mijn mama en papa, mijn broers,
oom en tante, neven en nichten. Niet het bezoek aan
Disneyland zelf was het mooiste moment, maar dat hier,
als we zo met zijn allen over de lange parking lopen.
Drie jaar deed psychotherapeut Wilfried
van Craen erover om genoeg mensen van verschillende
leeftijden te vinden die bereid waren om onder hypnose
antwoord te geven op de vraag: van welke ervaring
in je leven zou je kunnen zeggen 'hier had de tijd
mogen blijven stilstaan? Of eenvoudiger gesteld: welke
momenten in jouw leven hadden eeuwig mogen blijven
duren? Hij koos juist voor de hypnose, omdat tijdens
de 'trance' de rechterhersenhelft actiever dan de
linker is en daardoor worden andere, dieperliggende
informatiekanalen geactiveerd en worden geen 'wenselijke'
antwoorden gegeven.
Aardbol
Rest nog de vraag hoe hij zichzelf
gehypnotiseerd heeft, want ook de psychotherapeut
komt in een hoofdstukje aan bod met zijn "essentiële
ervaringen die de passage op deze aardbol de moeite
waard maken."
Wellicht ben ik vier. Ik ben samen
met mijn vader in zijn atelier. Door de kleine kamer
valt een prachtige bundel licht: ik wil die pakken
en grijp ernaar. Net in die lichtbundel staat mijn
vader voorovergebogen en wrijft met zijn handen door
zijn korte haar. In de lichtbundel dansen duizenden
kleine stofjes die uit zijn kop lijken te komen. Ik
blijf er gebiologeerd naar kijken, en ook als mijn
vader alweer weg is, blijven er nog stofjes nadansen.
Pas als ze helemaal zijn verdwenen,
ga ik door met mijn werk. Voor mij ligt een dode vogel,
ernaast een potje zalf dat ik zelf heb gemaakt: een
mengeling van schoensmeer, vet dat mijn vader in een
potje had om de zagen mee te smeren, wat verf uit
mijn verfpotjes, de restjes tabak uit een peukje en
nog wat occasionele ingrediënten van de dag zelf.
Heel zorgvuldig wrijf ik de vleugels van het diertje
in met mijn wonderzalf. Als ik klaar ben zet ik het
raam open en leg de vogel op de vensterbank. Het moment
dat ik de volgende dag ga kijken en merk dat de vogel
weggevlogen is, weet ik dat ik mijn roeping gevonden
heb...