Telegraaf-iDe krantLaatste nieuwsSportflitsenDFTDigiNieuwsCrazyLife






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
prins en Maxima 
Over Geld 
2001 
Scorebord 
Autopagina 
op vrijdag 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
Psycholoog 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Paul Sloots schrijft zijn overleden vrouw liefdesverklaring
ODE AAN AGNES

door Marjolein Hurkmans

Eén lange liefdesverklaring, zo zou je het boek dat Paul Sloots heeft geschreven nog het beste kunnen beschouwen. Een liefdesverklaring aan zijn vrouw Agnes die ze nooit meer zal kunnen lezen. Want Agnes is dood. Ze overleed na een schrikbarend kort ziekbed en liet Paul achter met drie kinderen en een gebroken hart. De eerste versie van Om jou mijn lief, om jou schreef de intens verdrietige weduwnaar in drie dagen. Het plakboek dat het in eerste instantie was, is nadien gegroeid tot een volwaardige boek over rouw en verwerking, maar bovenal over liefde.

Overal aan de muren van Pauls huis hangen kindertekeningen, maar boven de eettafel hangt één foto van Agnes. Ze lacht de toeschouwer stralend toe. "Tegenover die plek lag ze opgebaard", zegt Paul, terwijl hij koffie inschenkt in de open keuken. "Ik ben geen fotomens, maar ik wilde niet dat het beeld van een dode Agnes hier blijft hangen."

Paul Sloots bij het graf van Agnes. De steen heeft hij zelf gemaakt. "Ik kon het niet verdragen dat iemand die mijn vrouw niet heeft gekend dat zou doen." FOTO: THEO TERWIEL

Hij rolt moedeloos een shagje. "Toen ze net was overleden, werd ik soms huilend wakker", zegt hij dan, "in mijn dromen realiseerde ik me dat ze dood was. Verdriet schijnt te slijten. Maar ik weet het niet. Ik zit nog steeds vol liefde, maar ik kan het alleen niet meer aan die ander verbinden. Het heeft geen zin van iemand te houden die dood is. Die kan daar niks meer mee en dus kun je er zelf ook niks mee. Datzelfde geldt voor lol hebben of genieten. Ik weet niet hoe ik daar in mijn eentje mee om moet gaan. Vroeger, toen Agnes nog leefde en onze dochter Merel iets grappigs zei, dan keken we elkaar even aan en dan was daar die verbinding tussen ons."

Agnes was Pauls tweede vrouw. Ze ontmoetten elkaar in het gezinsvervangend tehuis waar Paul groepsleider was en Agnes een van de teamleden. Op dat moment zijn ze allebei getrouwd, Pauls vrouw is zwanger en Agnes is moeder van een zoontje van één jaar. Ze werken een aantal jaar samen en hun vriendschap wordt steeds hechter tot deze als bijna vanzelf overgaat in liefde. Er volgt een periode waarin ze allebei heen en weer worden geslingerd tussen hun eigen gezin en de liefde voor elkaar, maar uiteindelijk besluiten ze samen verder te gaan. Eerst volgt Paul een opleiding tot Gestalttherapeut, daarna ook Agnes en in 1992 krijgen ze samen een dochtertje, Merel. Twee jaar later openen ze hun eigen praktijk. Dan gaan ze in augustus 2000 een weekendje kamperen. Tijdens die korte vakantie krijgt Agnes pijn in haar zij. De artsen denken eerst aan een ingeklapte long. Drie dagen later blijkt het om leverkanker te gaan. Vier weken lang vecht ze als een bezetene tegen haar terminale ziekte. Agnes blijft geloven in een wonder en iedere mogelijkheid wordt aangegrepen, maar op 18 september, na een mislukte operatie, sterft ze.

"Merel begint het al een beetje te verwerken", vervolgt Paul. "In het begin dwaalde ze huilend rond op het kerkhof, scheldend op kanker. Maar van de week wilde ze toen ze uit school kwam het graf van haar moeder bezoeken. Ik nam haar mee, ze liep naar de steen, maakte een diepe buiging en zei toen: 'kom pap, we zijn klaar'. Onze oudste zonen hebben ook hun leven weer opgepakt, maar ik ben nog lang niet zo ver."

Wat Merel ook helpt, zijn de zussen en moeder van Agnes. Zij halen samen met haar herinneringen op. "Het is zo belangrijk voor kinderen dat de dood en de herinneringen niet verzwegen worden. Ik ben hen daar dankbaar voor."

Voorlopig moet Paul nog niet aan een nieuwe relatie denken. "De eerste maand had ik wel zoiets van als er nu een vrouw binnen loopt die zegt 'kom maar, dan neem ik de boel over', dan doe ik het. Maar dat was meer uit moeheid. Ik wilde daar zo graag aan toegeven; gewoon alles laten gaan. Dat kan dus niet als je kinderen hebt. Die moeten eten, de was moet worden gedaan, de afwas. Dat valt me allemaal zo zwaar, dat het maar gewoon doorgaat terwijl Agnes er niet meer is."

"Maar ik heb een praktische aard", vervolgt hij. "Zo kon ik het idee niet verdragen dat een ander een grafsteen zou maken voor mijn vrouw, iemand die haar niet heeft gekend. Dus heb ik dat zelf gedaan. Ik heb vrij snel haar naam van ons naambordje bij de deur weggevijld en al haar spullen opgeruimd. Sommige dingen heb ik opgeborgen om te bewaren voor Merel later, maar het meeste is gewoon weg. Haar sieraden heb ik laten omsmelten tot hartjes voor de kinderen en onze vrienden. En van onze trouwringen zijn ringetjes voor de kinderen gemaakt."

Behalve het verhaal van Agnes' dood en Pauls strijd om het verlies te overleven, getuigt Om jou mijn lief, om jou (uitgeverij Lannoo) ook van de diepte van hun wederzijdse liefde voor elkaar. Zo wordt de tekst geïllustreerd met talloze intieme briefjes die Paul en zijn vrouw gedurende de veertien jaar dat ze samen waren aan elkaar hebben geschreven. In een ervan wordt een ruzie uitgevochten, om te laten zien dat het niet alleen 'rozengeur' was, in andere gaat het over huiselijke beslommeringen en weer andere bevatten onvervalste liefdesverklaringen.

"Of Agnes haar goedkeuring aan mijn boek zou hebben gegeven? Ze was altijd heel kritisch over wat ik schreef. Ik heb één keer het gevoel gehad dat ik contact met haar had over haar dood heen en toen zei ze: 'ga maar door, schrijf het maar'. Het spijt me niet dat ze het niet heeft kunnen lezen. Als ze het had kunnen lezen, was ze niet dood geweest en als ze niet dood was geweest, had ik het niet geschreven. Het boek zou niet bestaan hebben en ik zou nog gewoon gelukkig zijn geweest.

Ik heb er alleen spijt van dat wij onze praktijk in Gestalttherapie niet hebben verzekerd. We hebben de praktijk samen opgebouwd en deze was nu net bomvol. Ik vind het moeilijk om het gezamenlijk doel wat wij hadden alleen vorm te geven. Zonder haar is dat doel ook weg. Ik zal een oplossing moeten vinden voor onze huidige financiële problemen, maar voorlopig heb ik daar de moed nog niet voor."

Inmiddels heeft hij de Agnes Duyndam Stichting opgericht voor moeilijk opvoedbare kinderen en pleegkinderen. "We hebben met dat soort kinderen gewerkt en hadden plannen om pleegkinderen in ons gezin op te nemen. Dat kan nu niet meer." Een deel van de opbrengst van zijn boek gaat overigens naar de stichting.

Paul heeft veel contact met lotgenoten. "Voor iedereen valt de rouw zwaar, zeker wanneer de zorg voor kinderen in het geding is. Uit reacties die ik heb gekregen van mensen die ik totaal niet ken, blijkt dat velen zich herkennen in mijn boek en zich daardoor gesteund voelen. Dat doet me goed!"

Wat Agnes daarvan zou hebben gevonden?

"Agnes vindt niks. Agnes is dood."


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.