Manuel,
Mary en Geoffrey gingen Máxima voor
„NEDERLAND
IS BEST LEUK"
door Daphne van Dijk en Marjolein
Hurkmans
Ze
mag dan weliswaar een heel charmant accent hebben,
vanaf vandaag is Máxima Zorreguieta toch echt een
heuse Nederlandse. En dat is niet niks. Want zo eenvoudig
is het nu ook weer niet om je Zuid-Amerikaanse temperament
in bedwang te houden en je te schikken naar de Hollandse
gewoontes en gebruiken van aardappels prakken en klaverjassen
op zaterdag. Van de pampa's naar de polder en dat
allemaal uit liefde met een hoofdletter voor onze
kroonprins. Drie buitenlanders die ook hun vaderland
inruilden voor dat van de liefde van hun leven, vertellen
waaraan zij het meest moesten wennen.

Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
Puertoricaanse Geoffrey:
„VROEGER HAD IK NOOIT EEN AGENDA"
AMSTERDAM - „Wat mij
het meest opvalt aan Nederland zijn de eetgewoonten",
vertelt Geoffrey Antonio CarmonaBaez (29) van Puerto
Ricaanse afkomst in vloeiend Nederlands. „Hollanders
koken zo afgepast. Van te voren bedenken ze hoeveel
mensen er mee-eten, dat komt zo zuinig over. Puertoricanen
koken voor een heel leger: er kan immers altijd iemand
spontaan langskomen. Ik ben blij dat mijn vriendin
net zo gastvrij is als ik."
Hij heeft het wel eens
geprobeerd. Ongevraagd op etenstijd bij Nederlanders
langsgaan. „Maar daar kreeg ik een heel oncomfortabel
gevoel bij. Ze zeggen het ook gewoon. 'Je kunt niet
mee-eten, want we hebben niet op je gerekend.' In
Latino-culturen is zoiets ondenkbaar." Hij ontmoette
zijn Hollandse vriendin tijdens zijn studie politicologie
die hij hier in Nederland volgde. Pas tijdens zijn
promotie kreeg hij een relatie met Femke Bakker (29).
En die vindt hem minder saai dan de gemiddelde Nederlandse
man. „Er is veel meer levendigheid in huis. Er komen
bij ons altijd mensen over de vloer." Wel iets waaraan
Femke moest wennen, is zijn familie. „In Puerto Rico
komt die op de eerste plaats. Zijn familie verwacht
veel meer van hem, dat merken we tijdens vakanties
heel erg. In Nederland zijn we veel meer gericht op
onze persoonlijke ontwikkeling en willen ouders toch
wel dat je een eigen leven opbouwt." Maar doordat
Geoff zo ver weg woont, hoeft hij niet 24 uur per
dag voor zijn familie te zorgen. Geoff: „Dat respect
voor het individu en persoonlijke vrijheid is in Nederland
een groot goed. Ik vind dat wel prettig, want je kunt
je ontwikkelen zonder de belasting en verwachtingen
van je familie."
Bemoeizuchtig
Maar Nederlanders
kunnen weer heel bemoeizuchtig zijn, wel of geen familie.
Femke had zich dat nooit gerealiseerd, tot Geoff haar
daar bij tijd en wijlen op wees. „Wij zijn nogal stellig
in onze mening en geloven dat onze manier de beste
is", zegt ze. „Een typische Nederlandse opmerking
is: 'het is toch logisch dat je zo doet!' Maar gewoontes
kun je doorbreken. Je kunt dingen ook op een andere
manier doen."
Naast de eetcultuur
moest Geoff ook heel erg wennen aan de agendacultuur
hier. Vroeger had hij nooit een agenda. Het idee alleen
al om de afspraken met je vrienden op te schrijven,
stond hem tegen. „Dat komt zo zakelijk over. In de
omgeving waar ik vandaan kom, ga je gewoon langs.
Soms bel je op, maar dan zeg je niet: zal ik even
langskomen, maar: ik kom er aan." - Toch ziet hij
ook voordelen van een agenda. „Je moet wel in Nederland,
anders word je gek. En het voordeel is dat wanneer
je een afspraak maakt met iemand je weet dat je op
die datum en op dat tijdstip van één persoon geniet
en er even helemaal voor hem of haar kunt zijn. In
Puerto Rico kan het gebeuren dat op zulke momenten
ongevraagd de hele familie meekomt."
Amerikaanse Mary:
„HIER MAG JE EEN PRIVÉLEVEN HEBBEN"
AMSTERDAM - Wat haar
meteen in Nederland opviel, is de overal aanwezig
hondenpoep. Vooral in Amsterdam. „In New York loopt
iedere hondenbezitter met een speciaal schepje, plastic
zakjes of krantje dat als de hond gaat zitten onder
zijn achterste wordt geschoven", vertelt de Amerikaanse
Mary Lee (33). „En dat alles wordt keurig in vuilnisbak
gegooid. Op elke hoek van de straat hangen borden
dat je 500 dollar boete krijgt als je de poep laat
liggen. Het irriteert mij enorm dat ik hier bijkans
dagelijks in de hondenpoep trap. Ik begrijp niet dat
jullie hier niet zo'n systeem hebben."
Sinds een paar maanden
woont Mary Lee in Nederland bij haar partner Aram
de Glas (34) in Amsterdam. De twee ontmoetten elkaar
tijdens zijn vakantie in New York. Aram woonde en
werktenet als Máxima
een paar jaar in New York. De afspraak was dat Mary
dat ook hier in Nederland zou doen. Wat ook meespeelde,
was dat de twee een gezin willen stichten. „Een kind
en werk in New York is bijna niet te combineren",
vertelt Mary. „Werkende moeders zien hun kroost amper.
Wat dat betreft is het hier in Nederland veel beter
geregeld. Je kunt makkelijk parttime werken en bedrijven
zijn veel flexibeler en socialer. In Nederland mag
je een privé-leven hebben." En dat vinden zowel Mary
als Aram een van de pluspunten van het wonen in Nederland.
„In New York werken de meeste mensen veel meer dan
40 uur per week - in mijn branche, de mode, zelfs
minimaal 60 uur per week - en je krijgt maar 10 vakantiedagen
per jaar. Niemand gaat om vijf uur naar huis. En als
je niet voldoet, kunnen ze je zonder reden en zonder
ontslagvergunning op straat zetten", vertelt Mary,
die overigens in Nederland nog zoekende is naar een
modebaan. „Je contract stelt niets voor." Aram vult
aan: „Het is een omgeving die heel erg op prestatie
gericht is. Mensen lopen in New York continue op hun
tenen en zijn de hele dag aan het racen. In Nederland
is dat gelukkig anders geregeld."
Nadelen
Het leven in Nederland
vindt Mary om die reden leuker dan in New York, hoewel
er ook wel nadelen zijn. „Nederlanders zijn veel minder
op service en dienstverlening ingesteld dan Amerikanen.
Neem een doorsnee restaurant: daar zit je soms heel
lang te wachten. Zoiets is in New York ondenkbaar,
alleen al omdat het bedienend personeel leeft van
de fooien. En hoe beter ze hun best doen, hoe meer
fooi." Aram plaatst daar wel een kanttekening bij.
„Natuurlijk is het heerlijk dat New York zo erg op
dienstverlening is ingesteld en je 24 uur per dag
boodschappen kunt doen, je bankzaken regelen, een
broodje kopen of naar de kapper gaan. Maar het was
voor mij ook behoorlijk wennen. Ik werd zeker in het
begin kriegel dat die mensen de hele tijd achter je
aanlopen om je te helpen of tot dienst te zijn."
En wat valt Mary nog
meer op in ons kikkerlandje? „De toiletpotten. Er
zit zo'n raar plateautje in." En natuurlijk ons natte
klimaat. „In New York is het zomers warm en 's winters
koud maar het is er lang niet zo regenachtig en winderig
als in Nederland. Die vocht gaat echt overal inzitten."
Aram lacht. Want zeuren over ons klimaat is weer typisch
Nederlands. „Dat heb ik in New York gemist als kiespijn.
Nederlanders lopen over de kleinste en kneuterigste
dingen de hele dag te klagen. Over het weer, over
te krappe stoelen in het vliegtuig en over te veel
of te weinig rookplaatsen in de trein. Vreselijk!"
Spaanse Manuel: „JULLIE
ZIJN WČL GASTVRIJ"
IJMUIDEN - „Nederlanders
ongastvrij? Wat een onzin! Manuel Vinas-Rocha, Spanjaard
van geboorte maar inmiddels al 30 jaar woonachtig
in Nederland, is er nogal stellig in. De bij in Nederland
wonende buitenlanders algemeen geldende stelling wuift
hij in een maai van tafel. En dat terwijl hij als
eigenaar van een tapasbar toch echt wel weet wat gastvrijheid
inhoudt.
„Ik heb nog nooit meegemaakt
dat Nederlanders aan tafel gaan en de visite ondertussen
op een houtje laten bijten", zegt hij. „Bij mijn Hollandse
schoonfamilie mag iedereen zo aanschuiven." Hij kwam
drie decennia geleden naar ons land toen zijn Spaanse
oma overleed. Zijn ouders waren toen al in Nederland
waar zijn vader bij Hoogovens werkte en zijn moeder
in de Verkade-fabriek. „In Spanje woonden we op het
platteland. Geen licht, water of energie. Iedere dag
ging mijn oma met een kruik op haar hoofd water halen.
Het was alsof wij vanuit de oertijd in de moderne
tijd belandden", herinnert hij zich. „Hier kregen
we tv en een oude stereo. Man, wat waren we rijk!"
Verdwaald
„Mijn vader kwam ons
ophalen in een oude Kadett. Dat was wat, het was de
eerste auto die ze in ons dorp ooit hadden gezien.
Na drie dagen rijden, stonden we dan plotseling in
onze T-shirtjes en korte broekjes te bibberen in een
Nederlandse stad. De hele straat stroomde uit om ons
welkom te heten. Een van de buurjongetjes bood me
zijn step aan. Ik had nog nooit zo'n ding gezien,
ging enthousiast een rondje steppen en raakte meteen
de weg kwijt. Ik was vijf minuten in Nederland en
al verdwaald. De huizen stonden ook zo dicht op elkaar
en de straten leken allemaal op elkaar. In Spanje
waren we gewend aan losstaande hoeves die zomaar in
het veld stonden."
Manuel ging op zijn
twintigste terug naar Spanje om daar zijn dienstplicht
te vervullen. Hoewel hij al jaren in Nederland woont,
heeft hij nog steeds een Spaans paspoort. „Ik had
het enorm naar mijn zin in Barcelona", vertelt hij.
„Maar ik had inmiddels een vriendinnetje in Nederland
en die mistte ik verschrikkelijk. Ik was gewoon hartstikke
gek op haar. De liefde heeft mij uiteindelijk weer
terug doen gaan."
Geen kwaad woord over
Nederland en de Nederlanders wil hij horen. „Er komen
hier wel eens landgenoten van me eten en die beginnen
dan in het Spaans een lekkere kankertirade. Ik kap
dat altijd meteen af. Waar hebben ze het beter dan
hier? De politie is tolerant als je een overtreding
begaat, als je geen werk hebt, kun je naar de sociale
dienst. Iedereen heeft een dak boven zijn hoofd en
overal zijn winkels waar je alles kan kopen. Kom daar
maar eens voor in Spanje. Daar moet je op het platteland
soms twee maanden wachten op een stukje zeep." „Nederlanders",
vervolgt hij, „zijn misschien wat minder uitbundig
in het tonen van hun emoties dan Spanjaarden; ze zijn
wel een stuk toleranter. Ze denken veel minder zwart/wit,
zijn bereid te luisteren naar de mening van anderen
en veroordelen niet zo snel. Spanjaarden zijn meer
macho. Je bent een vriend of je kunt oprotten. Er
is geen tussenweg. En verder zijn jullie geen lachebekken.
Hier wordt serieus gewerkt. Als een Hollander zegt
dat hij om negen uur komt dan komt hij ook om negen
uur. Daarom draait dit land economisch gezien ook
zo goed. Weet je hoe dat in Spanje gaat? Mijn vader
heeft er een garage. Officieel gaat die om negen uur
open, maar pas rond kwart voor tien druppelt de eerste
werknemer binnen. Om tien uur, als iedereen er is
gaan ze eerst eens uitgebreid wijn drinken en worst
eten. Dan wordt er nog een uurtje gekletst en dan
is het alweer lunchtijd. Als je er op vakantie bent
en je ziet dat zo aan, dan denk je 'wat een heerlijk
relaxed leven', maar je moet er eens met een kapotte
auto staan…"
Zijn telefoon gaat over.
Het is zijn in Spanje wonende moeder met wie hij iedere
dag contact heeft. Ze wil weten hoe je Hollandse gehaktballen
maakt met de kruidenmix die Manuel heeft opgestuurd.
„Je moet er eieren door doen, ma", zegt hij, „anders
vallen de ballen uit elkaar."