Telegraaf-iDe krantLaatste nieuwsSportflitsenDFTDigiNieuwsCrazyLife






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
Over Geld 
Scorebord 
Autopagina 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Manuel, Mary en Geoffrey gingen Máxima voor
„NEDERLAND IS BEST LEUK"

door Daphne van Dijk en Marjolein Hurkmans

Ze mag dan weliswaar een heel charmant accent hebben, vanaf vandaag is Máxima Zorreguieta toch echt een heuse Nederlandse. En dat is niet niks. Want zo eenvoudig is het nu ook weer niet om je Zuid-Amerikaanse temperament in bedwang te houden en je te schikken naar de Hollandse gewoontes en gebruiken van aardappels prakken en klaverjassen op zaterdag. Van de pampa's naar de polder en dat allemaal uit liefde met een hoofdletter voor onze kroonprins. Drie buitenlanders die ook hun vaderland inruilden voor dat van de liefde van hun leven, vertellen waaraan zij het meest moesten wennen.

Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

Puertoricaanse Geoffrey: „VROEGER HAD IK NOOIT EEN AGENDA"

AMSTERDAM - „Wat mij het meest opvalt aan Nederland zijn de eetgewoonten", vertelt Geoffrey Antonio CarmonaBaez (29) van Puerto Ricaanse afkomst in vloeiend Nederlands. „Hollanders koken zo afgepast. Van te voren bedenken ze hoeveel mensen er mee-eten, dat komt zo zuinig over. Puertoricanen koken voor een heel leger: er kan immers altijd iemand spontaan langskomen. Ik ben blij dat mijn vriendin net zo gastvrij is als ik."

Hij heeft het wel eens geprobeerd. Ongevraagd op etenstijd bij Nederlanders langsgaan. „Maar daar kreeg ik een heel oncomfortabel gevoel bij. Ze zeggen het ook gewoon. 'Je kunt niet mee-eten, want we hebben niet op je gerekend.' In Latino-culturen is zoiets ondenkbaar." Hij ontmoette zijn Hollandse vriendin tijdens zijn studie politicologie die hij hier in Nederland volgde. Pas tijdens zijn promotie kreeg hij een relatie met Femke Bakker (29). En die vindt hem minder saai dan de gemiddelde Nederlandse man. „Er is veel meer levendigheid in huis. Er komen bij ons altijd mensen over de vloer." Wel iets waaraan Femke moest wennen, is zijn familie. „In Puerto Rico komt die op de eerste plaats. Zijn familie verwacht veel meer van hem, dat merken we tijdens vakanties heel erg. In Nederland zijn we veel meer gericht op onze persoonlijke ontwikkeling en willen ouders toch wel dat je een eigen leven opbouwt." Maar doordat Geoff zo ver weg woont, hoeft hij niet 24 uur per dag voor zijn familie te zorgen. Geoff: „Dat respect voor het individu en persoonlijke vrijheid is in Nederland een groot goed. Ik vind dat wel prettig, want je kunt je ontwikkelen zonder de belasting en verwachtingen van je familie."

Bemoeizuchtig

Maar Nederlanders kunnen weer heel bemoeizuchtig zijn, wel of geen familie. Femke had zich dat nooit gerealiseerd, tot Geoff haar daar bij tijd en wijlen op wees. „Wij zijn nogal stellig in onze mening en geloven dat onze manier de beste is", zegt ze. „Een typische Nederlandse opmerking is: 'het is toch logisch dat je zo doet!' Maar gewoontes kun je doorbreken. Je kunt dingen ook op een andere manier doen."

Naast de eetcultuur moest Geoff ook heel erg wennen aan de agendacultuur hier. Vroeger had hij nooit een agenda. Het idee alleen al om de afspraken met je vrienden op te schrijven, stond hem tegen. „Dat komt zo zakelijk over. In de omgeving waar ik vandaan kom, ga je gewoon langs. Soms bel je op, maar dan zeg je niet: zal ik even langskomen, maar: ik kom er aan." - Toch ziet hij ook voordelen van een agenda. „Je moet wel in Nederland, anders word je gek. En het voordeel is dat wanneer je een afspraak maakt met iemand je weet dat je op die datum en op dat tijdstip van één persoon geniet en er even helemaal voor hem of haar kunt zijn. In Puerto Rico kan het gebeuren dat op zulke momenten ongevraagd de hele familie meekomt."

Amerikaanse Mary: „HIER MAG JE EEN PRIVÉLEVEN HEBBEN"

AMSTERDAM - Wat haar meteen in Nederland opviel, is de overal aanwezig hondenpoep. Vooral in Amsterdam. „In New York loopt iedere hondenbezitter met een speciaal schepje, plastic zakjes of krantje dat als de hond gaat zitten onder zijn achterste wordt geschoven", vertelt de Amerikaanse Mary Lee (33). „En dat alles wordt keurig in vuilnisbak gegooid. Op elke hoek van de straat hangen borden dat je 500 dollar boete krijgt als je de poep laat liggen. Het irriteert mij enorm dat ik hier bijkans dagelijks in de hondenpoep trap. Ik begrijp niet dat jullie hier niet zo'n systeem hebben."

Sinds een paar maanden woont Mary Lee in Nederland bij haar partner Aram de Glas (34) in Amsterdam. De twee ontmoetten elkaar tijdens zijn vakantie in New York. Aram woonde en werktenet als Máxima een paar jaar in New York. De afspraak was dat Mary dat ook hier in Nederland zou doen. Wat ook meespeelde, was dat de twee een gezin willen stichten. „Een kind en werk in New York is bijna niet te combineren", vertelt Mary. „Werkende moeders zien hun kroost amper. Wat dat betreft is het hier in Nederland veel beter geregeld. Je kunt makkelijk parttime werken en bedrijven zijn veel flexibeler en socialer. In Nederland mag je een privé-leven hebben." En dat vinden zowel Mary als Aram een van de pluspunten van het wonen in Nederland. „In New York werken de meeste mensen veel meer dan 40 uur per week - in mijn branche, de mode, zelfs minimaal 60 uur per week - en je krijgt maar 10 vakantiedagen per jaar. Niemand gaat om vijf uur naar huis. En als je niet voldoet, kunnen ze je zonder reden en zonder ontslagvergunning op straat zetten", vertelt Mary, die overigens in Nederland nog zoekende is naar een modebaan. „Je contract stelt niets voor." Aram vult aan: „Het is een omgeving die heel erg op prestatie gericht is. Mensen lopen in New York continue op hun tenen en zijn de hele dag aan het racen. In Nederland is dat gelukkig anders geregeld."

Nadelen

Het leven in Nederland vindt Mary om die reden leuker dan in New York, hoewel er ook wel nadelen zijn. „Nederlanders zijn veel minder op service en dienstverlening ingesteld dan Amerikanen. Neem een doorsnee restaurant: daar zit je soms heel lang te wachten. Zoiets is in New York ondenkbaar, alleen al omdat het bedienend personeel leeft van de fooien. En hoe beter ze hun best doen, hoe meer fooi." Aram plaatst daar wel een kanttekening bij. „Natuurlijk is het heerlijk dat New York zo erg op dienstverlening is ingesteld en je 24 uur per dag boodschappen kunt doen, je bankzaken regelen, een broodje kopen of naar de kapper gaan. Maar het was voor mij ook behoorlijk wennen. Ik werd zeker in het begin kriegel dat die mensen de hele tijd achter je aanlopen om je te helpen of tot dienst te zijn."

En wat valt Mary nog meer op in ons kikkerlandje? „De toiletpotten. Er zit zo'n raar plateautje in." En natuurlijk ons natte klimaat. „In New York is het zomers warm en 's winters koud maar het is er lang niet zo regenachtig en winderig als in Nederland. Die vocht gaat echt overal inzitten." Aram lacht. Want zeuren over ons klimaat is weer typisch Nederlands. „Dat heb ik in New York gemist als kiespijn. Nederlanders lopen over de kleinste en kneuterigste dingen de hele dag te klagen. Over het weer, over te krappe stoelen in het vliegtuig en over te veel of te weinig rookplaatsen in de trein. Vreselijk!"

Spaanse Manuel: „JULLIE ZIJN WČL GASTVRIJ"

IJMUIDEN - „Nederlanders ongastvrij? Wat een onzin! Manuel Vinas-Rocha, Spanjaard van geboorte maar inmiddels al 30 jaar woonachtig in Nederland, is er nogal stellig in. De bij in Nederland wonende buitenlanders algemeen geldende stelling wuift hij in een maai van tafel. En dat terwijl hij als eigenaar van een tapasbar toch echt wel weet wat gastvrijheid inhoudt.

„Ik heb nog nooit meegemaakt dat Nederlanders aan tafel gaan en de visite ondertussen op een houtje laten bijten", zegt hij. „Bij mijn Hollandse schoonfamilie mag iedereen zo aanschuiven." Hij kwam drie decennia geleden naar ons land toen zijn Spaanse oma overleed. Zijn ouders waren toen al in Nederland waar zijn vader bij Hoogovens werkte en zijn moeder in de Verkade-fabriek. „In Spanje woonden we op het platteland. Geen licht, water of energie. Iedere dag ging mijn oma met een kruik op haar hoofd water halen. Het was alsof wij vanuit de oertijd in de moderne tijd belandden", herinnert hij zich. „Hier kregen we tv en een oude stereo. Man, wat waren we rijk!"

Verdwaald

„Mijn vader kwam ons ophalen in een oude Kadett. Dat was wat, het was de eerste auto die ze in ons dorp ooit hadden gezien. Na drie dagen rijden, stonden we dan plotseling in onze T-shirtjes en korte broekjes te bibberen in een Nederlandse stad. De hele straat stroomde uit om ons welkom te heten. Een van de buurjongetjes bood me zijn step aan. Ik had nog nooit zo'n ding gezien, ging enthousiast een rondje steppen en raakte meteen de weg kwijt. Ik was vijf minuten in Nederland en al verdwaald. De huizen stonden ook zo dicht op elkaar en de straten leken allemaal op elkaar. In Spanje waren we gewend aan losstaande hoeves die zomaar in het veld stonden."

Manuel ging op zijn twintigste terug naar Spanje om daar zijn dienstplicht te vervullen. Hoewel hij al jaren in Nederland woont, heeft hij nog steeds een Spaans paspoort. „Ik had het enorm naar mijn zin in Barcelona", vertelt hij. „Maar ik had inmiddels een vriendinnetje in Nederland en die mistte ik verschrikkelijk. Ik was gewoon hartstikke gek op haar. De liefde heeft mij uiteindelijk weer terug doen gaan."

Geen kwaad woord over Nederland en de Nederlanders wil hij horen. „Er komen hier wel eens landgenoten van me eten en die beginnen dan in het Spaans een lekkere kankertirade. Ik kap dat altijd meteen af. Waar hebben ze het beter dan hier? De politie is tolerant als je een overtreding begaat, als je geen werk hebt, kun je naar de sociale dienst. Iedereen heeft een dak boven zijn hoofd en overal zijn winkels waar je alles kan kopen. Kom daar maar eens voor in Spanje. Daar moet je op het platteland soms twee maanden wachten op een stukje zeep." „Nederlanders", vervolgt hij, „zijn misschien wat minder uitbundig in het tonen van hun emoties dan Spanjaarden; ze zijn wel een stuk toleranter. Ze denken veel minder zwart/wit, zijn bereid te luisteren naar de mening van anderen en veroordelen niet zo snel. Spanjaarden zijn meer macho. Je bent een vriend of je kunt oprotten. Er is geen tussenweg. En verder zijn jullie geen lachebekken. Hier wordt serieus gewerkt. Als een Hollander zegt dat hij om negen uur komt dan komt hij ook om negen uur. Daarom draait dit land economisch gezien ook zo goed. Weet je hoe dat in Spanje gaat? Mijn vader heeft er een garage. Officieel gaat die om negen uur open, maar pas rond kwart voor tien druppelt de eerste werknemer binnen. Om tien uur, als iedereen er is gaan ze eerst eens uitgebreid wijn drinken en worst eten. Dan wordt er nog een uurtje gekletst en dan is het alweer lunchtijd. Als je er op vakantie bent en je ziet dat zo aan, dan denk je 'wat een heerlijk relaxed leven', maar je moet er eens met een kapotte auto staan…"

Zijn telefoon gaat over. Het is zijn in Spanje wonende moeder met wie hij iedere dag contact heeft. Ze wil weten hoe je Hollandse gehaktballen maakt met de kruidenmix die Manuel heeft opgestuurd. „Je moet er eieren door doen, ma", zegt hij, „anders vallen de ballen uit elkaar."

 


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.