Onzichtbare
wonden
door Marjolein Hurkmans
Ruim 60.000 kinderen in Nederland
worden regelmatig fysiek mishandeld. Jaarlijks sterven
er vijftig kinderen door de verwondingen die ze op
deze wijze hebben opgelopen. Nog veel meer kinderen
worden emotioneel verwaarloosd of zo ernstig psychisch
beschadigd dat het hen volledig aan enige vorm van
eigenwaarde ontbreekt. Hun wonden zijn onzichtbaar
maar niet minder schrijnend. Op 10 oktober, de Nationale
Dag voor de Geestelijke Volksgezondheid, staan deze
slachtoffertjes van onmachtige ouders centraal. Met
de landelijke campagne 'Kind in de Knel' willen onder
andere de Meldpunten voor Kindermishandeling, de Raad
voor de Kinderbescherming en de GGD aan buren, familieleden
en onderwijzers duidelijk maken wat zij zelf kunnen
doen als ze vermoeden dat een kind in hun omgeving
het slachtoffer is van welke vorm van mishandeling
dan ook.

Illustratie: Dilys de Jong
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
"Misschien zijn kinderen die dagelijks
in elkaar worden gemept wel beter af dan kinderen
die emotioneel of psychisch worden mishandeld", zegt
Jeannette Nienhuis. "Dat klinkt raar, maar bloeduitstortingen
en blauwe plekken worden tenminste door anderen gezien.
Het valt de buurvrouw, de onderwijzer, de schoolarts
op dat het kind wel erg vaak van de trap valt. Psychische
en emotionele mishandeling is veel moeilijker te herkennen."
"Je denkt als buitenstaander dat er
waarschijnlijk wat mis is, maar je kan er de vinger
niet op leggen; je hebt geen bewijzen. Dan is het
verdomd moeilijk in te grijpen. En toch, op de lange
termijn zijn die onzichtbare wonden die een mens in
zijn jeugd heeft opgelopen minstens zo schadelijk,
zo niet schadelijker, als de zichtbare. Een verwaarloosd
kind krijgt de boodschap dat het niks waard is, dat
het er niet mag zijn."
Jeannette
is ervaringsdeskundige. Haar
eigen jeugd, doorgebracht in kindertehuizen en crisiscentra
waar men wel raad wist met zogenaamd moeilijke kinderen,
maakte dat ze eenmaal volwassen met een jarenlange
zoektocht begon naar de beweegredenen van de mishandelende
volwassene. Het resultaat was de documentaire 'Het
Verborgen Kind' die eerder werd uitgezonden door de
NCRV en een boek met diezelfde titel dat op 8 oktober
wordt gepresenteerd (uitgeverij Absah Welling Publishers).
Uithuisplaatsing
Maar Jeannette is zowel ervaringsdeskundige
als slachtoffer. Met wat ze zelf noemt 'een radar
voor lotgenoten' heeft ze zich ook jarenlang beijverd
voor het meisje Vera dat thuis zowel fysiek als psychisch
zwaar onder vuur lag. Haar bemoeienis leidde uiteindelijk
tot een uithuisplaatsing toen Vera veertien was. Jeannettes
onvermoeibare inzet om het kind uit haar desastreuze
omgeving te halen, duurde toen al negen jaar.
"Ik leerde Vera kennen toen ze vijf
was", vertelt ze. "Haar één jaar jongere zusje was
een vriendinnetje van mijn dochter Eefje en als diens
moeder na een middagje spelen dat zusje kwam ophalen,
had ze Vera meestal bij zich. Ik vond het toen een
vreemd kind. Ze was zo schuchter, verschuilde zich
achter haar moeder en keek ondertussen met van die
verlangende ogen naar ons speelgoed en de kinderen
die bij ons rond dartelden. Dus op een dag zei ik
tegen de moeder: 'Laat Vera toch ook hier. Een kind
meer of minder maakt mij niet uit.' Vanaf dat moment
kwam ze af en toe met haar zusje mee. Ik vond haar
gedrag bizar. Ze leek blij hier te zijn, maar speelde
nooit echt mee. Ze bleef op een afstandje en keek
toe. Op een dag vond ik haar bibberend en volledig
in paniek onder de eetbar in de keuken. Ze had in
haar broek geplast en was doodsbang. Ik gaf haar schone
kleertjes, zei dat het niet erg was en toen haar moeder
kwam, gaf ik haar een plastic zakje met het uitgespoelde
broekje mee. Ze gingen weg en ik keek ze na door het
keukenraam. Ik zag hoe Vera's moeder haar de auto
ingooide en daarna hoe ze haar een enorme lel gaf.
Toen wist ik dat er echt wat mis was."
Er volgden jaren waarin Jeannette
het meisje zoveel mogelijk in haar huis haalde en
waarin ze de kwetsuren van het kind zienderogen zag
verergeren. "Ze zei er nooit wat over", herinnert
ze zich. "En uit eigen ervaring weet ik dat je verhalen
over mishandeling niet uit een kind moet proberen
te trekken. Ze blijven te allen tijde loyaal ten opzichte
van de ouder, proberen het grote geheim in hun leven
af te schermen. Als ik vroeg 'hoe kom je toch aan
die striemen in je nek?' dan zei ze 'dat heb ik zelf
gedaan. Ik had het vannacht warm en toen heb ik mezelf
in mijn nek geklauwd'."
"Ondertussen sloot ik ook vriendschap
met de moeder. Ik wachtte haar op bij school, nodigde
haar uit voor een kop koffie. Ik dacht 'ik moet bij
die mensen binnen zien te komen. Ik moet zien te achterhalen
wat daar gebeurt'. Er werd langzaam een band opgebouwd,
maar in vertrouwen nam ze me nooit."
"Toen de andere moeders op het schoolplein
erover begonnen te roddelen, heb ik voor het eerst
een melding van mishandeling gedaan. Het maatschappelijk
werk nam me serieus en startte een onderzoek, maar
Vera noch haar familie gaf de mishandeling toe. En
ook niemand anders wilde mijn verhaal bevestigen.
Wij wonen in een klein dorp. Iedereen hier is sociaal
of economisch van elkaar afhankelijk en de vader van
Vera had een groot bedrijf. Er was één buurvrouw die
wel bereid was te getuigen. Ze was dolblij toen ik
haar benaderde; zei 'eindelijk iemand die ingrijpt,
want ik hoor het kind iedere avond schreeuwen en jammeren
en ik kan nooit wat doen'. Nadat ze haar verhaal had
gedaan kreeg ze de dominee op bezoek die van haar
eiste dat ze haar excuses aanbood aan Vera's familie
want ze zou een gemene roddel over hen hebben verspreid."
Huisarts
In feite, zo blijkt uit Jeannettes
verhaal over Vera, wist het hele dorp dat het in dat
ene gezin goed mis was, ook de dominee en de huisarts.
"Dat niemand anders ingreep is echter niet zo verwonderlijk",
vindt ze. "Je zou verwachten dat een huisarts bijvoorbeeld
aan de bel zou trekken, maar als hij dat doet, verliest
hij volledig de grip op zo'n gezin. Dat risico durft
hij niet te nemen. Ik heb duizend maal gepoogd Vera's
moeder mijn hulp aan te bieden, maar werd iedere keer
afgewezen. De deur stond echter nog steeds op een
kier. Ik mocht nog binnen. Op het moment dat je echt
bij de instanties aan de bel trekt, slaat die deur
dicht. Dan kun je van binnenuit niets meer bewerkstelligen.
Toen de hulpverleners eenmaal kwamen, stuurde de vader
de hond op hen af. Ik heb heel lang gehoopt dat ik
de problemen in dat gezin zo zou kunnen oplossen,
dat Vera thuis kon blijven wonen. Van een uithuisplaatsing,
zo weet ik uit ervaring, word je ook niet echt gelukkig.
Nee, haar bij mij in huis halen is nooit een optie
geweest. Je mag namelijk niet zomaar zelf een kind
uit een gezin halen. Wettelijk gezien is dat ontvoering."
Pas toen Vera op de middelbare school
zat, kreeg Jeannette een medestander. De rector deelde
haar vermoedens. Omdat het meisje na school onmiddellijk
thuis werd verwacht, sjoemelde hij met haar rooster
zodat ze af en toe even op adem kon komen bij Jeannette,
die vanzelfsprekend bij de ouders van het meisje inmiddels
persona non grata was. "In de zomervakantie regelde
ik een baantje voor haar zodat ze niet de hele dag
thuis zou hoeven te zijn. De werkgever belde me, zei
dat ik onmiddellijk moest komen, Vera was volledig
lens geslagen. Haar dijbenen waren één grote zwarte
bloeduitstorting. Ik belde een arts die me sommeerde
meteen naar een ziekenhuis te gaan omdat hij een buiktrauma
vermoedde. Op dat moment dacht ik bij mezelf: tot
hier en niet verder. Met het pappen en nathouden is
het nu afgelopen. Ik heb opnieuw een melding gedaan
en dit keer wilde Vera wel praten."
Slachtoffers
Vera woont inmiddels in een andere
stad met haar man en kindje. "Ze is een van de kinderen
uit een gezin van zes en ik ben ervan overtuigd dat
haar broers en zussen ook slachtoffers zijn. Weliswaar
niet van fysieke mishandeling, maar wel degelijk op
emotioneel en psychisch gebied. Dat kun je echter
heel moeilijk bewijzen. Dat alleen Vera ook echt geslagen
en geschopt werd, komt waarschijnlijk doordat ze de
oudste is. De moeder is zelf mishandeld in haar jeugd
en dan is het heel moeilijk om de liefde die jezelf
hebt moeten ontberen wel aan je kinderen te geven.
De eerstgeborene is dan meestal degene die het het
meest moet ontgelden."
Meestal, want Jeannette zelf -
immers ook een slachtoffer in haar jeugd - heeft haar
zes kinderen liefdevol groot gebracht. "Maar ik was
dan ook een van die zogenaamde 'onverwoestbare' kinderen.
Het klinkt zo hard, maar ik was aaibaar. Een mooi
en slim kind. Kinderen zoals ik vinden altijd wel
een mentor die hen op vangt en helpt. Het zijn de
minder knappe kinderen die het alleen moeten zien
te rooien. Ze zien er onappetijtelijk uit, dragen
lelijke kleren, gaan nooit in bad. Niemand wil van
ze houden, terwijl dat toch juist de kinderen zijn
die waarschijnlijk thuis ernstig verwaarloosd worden."
|