telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
Over Geld 
Scorebord 
Autopagina 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Onzichtbare wonden
door Marjolein Hurkmans

Ruim 60.000 kinderen in Nederland worden regelmatig fysiek mishandeld. Jaarlijks sterven er vijftig kinderen door de verwondingen die ze op deze wijze hebben opgelopen. Nog veel meer kinderen worden emotioneel verwaarloosd of zo ernstig psychisch beschadigd dat het hen volledig aan enige vorm van eigenwaarde ontbreekt. Hun wonden zijn onzichtbaar maar niet minder schrijnend. Op 10 oktober, de Nationale Dag voor de Geestelijke Volksgezondheid, staan deze slachtoffertjes van onmachtige ouders centraal. Met de landelijke campagne 'Kind in de Knel' willen onder andere de Meldpunten voor Kindermishandeling, de Raad voor de Kinderbescherming en de GGD aan buren, familieleden en onderwijzers duidelijk maken wat zij zelf kunnen doen als ze vermoeden dat een kind in hun omgeving het slachtoffer is van welke vorm van mishandeling dan ook.


                                                                                             Illustratie: Dilys de Jong

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

"Misschien zijn kinderen die dagelijks in elkaar worden gemept wel beter af dan kinderen die emotioneel of psychisch worden mishandeld", zegt Jeannette Nienhuis. "Dat klinkt raar, maar bloeduitstortingen en blauwe plekken worden tenminste door anderen gezien. Het valt de buurvrouw, de onderwijzer, de schoolarts op dat het kind wel erg vaak van de trap valt. Psychische en emotionele mishandeling is veel moeilijker te herkennen."

"Je denkt als buitenstaander dat er waarschijnlijk wat mis is, maar je kan er de vinger niet op leggen; je hebt geen bewijzen. Dan is het verdomd moeilijk in te grijpen. En toch, op de lange termijn zijn die onzichtbare wonden die een mens in zijn jeugd heeft opgelopen minstens zo schadelijk, zo niet schadelijker, als de zichtbare. Een verwaarloosd kind krijgt de boodschap dat het niks waard is, dat het er niet mag zijn."

Jeannette is ervaringsdeskundige. Haar eigen jeugd, doorgebracht in kindertehuizen en crisiscentra waar men wel raad wist met zogenaamd moeilijke kinderen, maakte dat ze eenmaal volwassen met een jarenlange zoektocht begon naar de beweegredenen van de mishandelende volwassene. Het resultaat was de documentaire 'Het Verborgen Kind' die eerder werd uitgezonden door de NCRV en een boek met diezelfde titel dat op 8 oktober wordt gepresenteerd (uitgeverij Absah Welling Publishers).

Uithuisplaatsing

Maar Jeannette is zowel ervaringsdeskundige als slachtoffer. Met wat ze zelf noemt 'een radar voor lotgenoten' heeft ze zich ook jarenlang beijverd voor het meisje Vera dat thuis zowel fysiek als psychisch zwaar onder vuur lag. Haar bemoeienis leidde uiteindelijk tot een uithuisplaatsing toen Vera veertien was. Jeannettes onvermoeibare inzet om het kind uit haar desastreuze omgeving te halen, duurde toen al negen jaar.

"Ik leerde Vera kennen toen ze vijf was", vertelt ze. "Haar één jaar jongere zusje was een vriendinnetje van mijn dochter Eefje en als diens moeder na een middagje spelen dat zusje kwam ophalen, had ze Vera meestal bij zich. Ik vond het toen een vreemd kind. Ze was zo schuchter, verschuilde zich achter haar moeder en keek ondertussen met van die verlangende ogen naar ons speelgoed en de kinderen die bij ons rond dartelden. Dus op een dag zei ik tegen de moeder: 'Laat Vera toch ook hier. Een kind meer of minder maakt mij niet uit.' Vanaf dat moment kwam ze af en toe met haar zusje mee. Ik vond haar gedrag bizar. Ze leek blij hier te zijn, maar speelde nooit echt mee. Ze bleef op een afstandje en keek toe. Op een dag vond ik haar bibberend en volledig in paniek onder de eetbar in de keuken. Ze had in haar broek geplast en was doodsbang. Ik gaf haar schone kleertjes, zei dat het niet erg was en toen haar moeder kwam, gaf ik haar een plastic zakje met het uitgespoelde broekje mee. Ze gingen weg en ik keek ze na door het keukenraam. Ik zag hoe Vera's moeder haar de auto ingooide en daarna hoe ze haar een enorme lel gaf. Toen wist ik dat er echt wat mis was."

Er volgden jaren waarin Jeannette het meisje zoveel mogelijk in haar huis haalde en waarin ze de kwetsuren van het kind zienderogen zag verergeren. "Ze zei er nooit wat over", herinnert ze zich. "En uit eigen ervaring weet ik dat je verhalen over mishandeling niet uit een kind moet proberen te trekken. Ze blijven te allen tijde loyaal ten opzichte van de ouder, proberen het grote geheim in hun leven af te schermen. Als ik vroeg 'hoe kom je toch aan die striemen in je nek?' dan zei ze 'dat heb ik zelf gedaan. Ik had het vannacht warm en toen heb ik mezelf in mijn nek geklauwd'."

"Ondertussen sloot ik ook vriendschap met de moeder. Ik wachtte haar op bij school, nodigde haar uit voor een kop koffie. Ik dacht 'ik moet bij die mensen binnen zien te komen. Ik moet zien te achterhalen wat daar gebeurt'. Er werd langzaam een band opgebouwd, maar in vertrouwen nam ze me nooit."

"Toen de andere moeders op het schoolplein erover begonnen te roddelen, heb ik voor het eerst een melding van mishandeling gedaan. Het maatschappelijk werk nam me serieus en startte een onderzoek, maar Vera noch haar familie gaf de mishandeling toe. En ook niemand anders wilde mijn verhaal bevestigen. Wij wonen in een klein dorp. Iedereen hier is sociaal of economisch van elkaar afhankelijk en de vader van Vera had een groot bedrijf. Er was één buurvrouw die wel bereid was te getuigen. Ze was dolblij toen ik haar benaderde; zei 'eindelijk iemand die ingrijpt, want ik hoor het kind iedere avond schreeuwen en jammeren en ik kan nooit wat doen'. Nadat ze haar verhaal had gedaan kreeg ze de dominee op bezoek die van haar eiste dat ze haar excuses aanbood aan Vera's familie want ze zou een gemene roddel over hen hebben verspreid."

Huisarts

In feite, zo blijkt uit Jeannettes verhaal over Vera, wist het hele dorp dat het in dat ene gezin goed mis was, ook de dominee en de huisarts. "Dat niemand anders ingreep is echter niet zo verwonderlijk", vindt ze. "Je zou verwachten dat een huisarts bijvoorbeeld aan de bel zou trekken, maar als hij dat doet, verliest hij volledig de grip op zo'n gezin. Dat risico durft hij niet te nemen. Ik heb duizend maal gepoogd Vera's moeder mijn hulp aan te bieden, maar werd iedere keer afgewezen. De deur stond echter nog steeds op een kier. Ik mocht nog binnen. Op het moment dat je echt bij de instanties aan de bel trekt, slaat die deur dicht. Dan kun je van binnenuit niets meer bewerkstelligen. Toen de hulpverleners eenmaal kwamen, stuurde de vader de hond op hen af. Ik heb heel lang gehoopt dat ik de problemen in dat gezin zo zou kunnen oplossen, dat Vera thuis kon blijven wonen. Van een uithuisplaatsing, zo weet ik uit ervaring, word je ook niet echt gelukkig. Nee, haar bij mij in huis halen is nooit een optie geweest. Je mag namelijk niet zomaar zelf een kind uit een gezin halen. Wettelijk gezien is dat ontvoering."

Pas toen Vera op de middelbare school zat, kreeg Jeannette een medestander. De rector deelde haar vermoedens. Omdat het meisje na school onmiddellijk thuis werd verwacht, sjoemelde hij met haar rooster zodat ze af en toe even op adem kon komen bij Jeannette, die vanzelfsprekend bij de ouders van het meisje inmiddels persona non grata was. "In de zomervakantie regelde ik een baantje voor haar zodat ze niet de hele dag thuis zou hoeven te zijn. De werkgever belde me, zei dat ik onmiddellijk moest komen, Vera was volledig lens geslagen. Haar dijbenen waren één grote zwarte bloeduitstorting. Ik belde een arts die me sommeerde meteen naar een ziekenhuis te gaan omdat hij een buiktrauma vermoedde. Op dat moment dacht ik bij mezelf: tot hier en niet verder. Met het pappen en nathouden is het nu afgelopen. Ik heb opnieuw een melding gedaan en dit keer wilde Vera wel praten."

Slachtoffers

Vera woont inmiddels in een andere stad met haar man en kindje. "Ze is een van de kinderen uit een gezin van zes en ik ben ervan overtuigd dat haar broers en zussen ook slachtoffers zijn. Weliswaar niet van fysieke mishandeling, maar wel degelijk op emotioneel en psychisch gebied. Dat kun je echter heel moeilijk bewijzen. Dat alleen Vera ook echt geslagen en geschopt werd, komt waarschijnlijk doordat ze de oudste is. De moeder is zelf mishandeld in haar jeugd en dan is het heel moeilijk om de liefde die jezelf hebt moeten ontberen wel aan je kinderen te geven. De eerstgeborene is dan meestal degene die het het meest moet ontgelden."

Meestal, want Jeannette zelf - immers ook een slachtoffer in haar jeugd - heeft haar zes kinderen liefdevol groot gebracht. "Maar ik was dan ook een van die zogenaamde 'onverwoestbare' kinderen. Het klinkt zo hard, maar ik was aaibaar. Een mooi en slim kind. Kinderen zoals ik vinden altijd wel een mentor die hen op vangt en helpt. Het zijn de minder knappe kinderen die het alleen moeten zien te rooien. Ze zien er onappetijtelijk uit, dragen lelijke kleren, gaan nooit in bad. Niemand wil van ze houden, terwijl dat toch juist de kinderen zijn die waarschijnlijk thuis ernstig verwaarloosd worden."


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.