Telegraaf-iDe krantLaatste nieuwsSportflitsenDFTDigiNieuwsCrazyLife






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
Over Geld 
Scorebord 
Autopagina 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Voor kinderen van 'foute' ouders blijft de oorlog voortduren

"MIJN VADER WAS NSB'ER"

door Marjolein Hurkmans

Het is inmiddels 57 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd van de Duitse bezetters. Voor veel mensen een heuglijke dag. Voor anderen begon op 5 mei 1945 een nieuwe strijd. Een die veel langer duurde dan vijf jaar en voor sommigen nog steeds voortduurt. Zij waren de kinderen van de verraders, de NSB'ers, de moffenhoeren. In het Algemeen Rijksarchief in Den Haag ligt in ontelbare dozen de geschiedenis van hun jeugd opgeslagen. Vorig jaar zochten ongeveer 2000 mensen in de stoffige dossiers naar de waarheid.

 

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

DRONTEN/DEN HAAG - Als je de dossiers met daarin de informatie over 'foute Nederlanders' tijdens de oorlog achter elkaar legt, dan krijg je een strook papier van 4.000 strekkende meter. Deze hele stapel mappen vol beladen informatie ligt opgeslagen in het landelijk archief in Den Haag waar ieder jaar wel een aantal zenuwachtige vijftigplussers ze schoorvoetend opvragen. De dag waarop ze na jaren aarzelen over de vraag of ze wel willen weten wat papa, mama, oma of opa precies wel of niet misdaan heeft in de Tweede Wereldoorlog, de knoop doorhakken en de verslagen van het toenmalige oorlogstribunaal lezen, is voor hen de dag van de bevrijding.

"4 mei gaat voor mij in stilte voorbij", zegt Pragit Koot. "En op 5 mei was de oorlog voor mij niet afgelopen. Vrede voelde ik pas zo'n 50 jaar later toen ik in staat was het dossier over mijn vader, lid van de NSB en na de oorlog twee jaar gedetineerd geweest, in te zien. Ik vond het ontzettend eng. Zo van 'mijn god, wat zal ik hier vinden? Heeft mijn vader echt niemand verraden, niemand doodgeschoten, zoals hij ooit beweerde? Ik had zoveel vragen, mijn verleden was zo duister en zo onuitgesproken. Ik moest voor mezelf de antwoorden vinden."

Schriftelijk verzoek

"Wie informatie over zijn familie ten tijde van de oorlog wil hebben, moet daarvoor eerst een schriftelijk verzoek indienen", legt een medewerker van het Rijksarchief uit. "Er gaan meestal een aantal weken overheen voor wij bericht kunnen sturen of we wel of niet over de gevraagde informatie beschikken. Daarna kan er een afspraak worden gemaakt. Onze archiefmedewerkers lezen het dossier van tevoren, dus ze weten wat iemand te weten gaat komen. Ze hebben speciale trainingen gevolgd om die mensen een beetje op te vangen. Soms is de pil bitterder dan verwacht."

Pragits vader was niet eens zo heel erg fout. Als hoofdonderwijzer van het dorp waar hij indertijd woonde, werd hij door de burgemeester gevraagd geld en goederen in te zamelen voor het pro-Duitse Winterhulp in Friesland. De socialist in hart en nieren voelde zich aangetrokken tot het initiatief dat mensen die het minder hadden een beter leven probeerde te bieden en sloot zich aan bij de Nationaal-Socialisten. "Hij was alleen papieren lid", zegt zijn dochter. "Eerst van de NSB, later ook van de SS, maar hij is nooit actief voor de partij geweest. Toen ik een jaar of zestien was, heb ik hem wel eens gevraagd: 'Papa, wist jij dat de joden werden afgevoerd en vergast?' Hij antwoordde: 'Nee kind, daar had ik geen vermoeden van en nu ik het wel weet ben ik dolblij dat Hitler de oorlog heeft verloren, want waar moet het heen met de wereld als een volk systematisch vermoord kan worden?' Hij sprak op dat moment de waarheid. Daar ben ik zeker van."

Uit het dossier van Pragits vader blijkt ook nergens dat hij joden verraden zou hebben of anderszins het slechtste in zichzelf naar boven liet komen. Hij was adjunct-directeur van Winterhulp, zo vertelt Pragit. Alleen dat gegeven en het feit dat hij lid was van de NSB maakte dat hij en zijn vrouw op 17 april 1945 werden gearresteerd. Pragits moeder werd vrijwel meteen weer vrijgelaten; haar vader zat twee jaar in diverse concentratiekampen. "Hij zat zelfs in Westerbork", zegt Pragit, "en als de bewakers zich verveelden, dan schoten ze in het wilde weg op de gedetineerden. Een NSB'er was niks waard na de oorlog. En hoewel alleen mijn vader lid was, werd ons als gezin met drie kleine kinderen alles afgenomen en werden we uit onze woning gezet. Mijn vader had na zijn vrijlating geen baan meer. Wij leefden in grote armoede." En in stilzwijgen. Over het verleden kon en mocht niet gesproken worden. "Maar iedereen wist het natuurlijk in het dorp waar wij woonden. Als ik met een vriendinnetje wilde spelen, mocht ik nooit het huis binnen. Ik moest buiten wachten en mijn allereerste vriendje, een jongen van het internaat, werd bij de directeur geroepen om hem te waarschuwen tegen omgang met mij. Mijn vader was immers 'fout' geweest. Ik herinner me dat ik als verpleegkundige werkte in het Burgerziekenhuis. Een van de huishoudsters, tante Koos, was altijd ontzettend lief voor me. Met Sinterklaas kreeg ik zelfs een cadeautje van haar. Ik wist niet wat me overkwam en ik vertelde haar mijn geschiedenis. Ze zei: 'dat kun je hier maar beter niet vertellen'. Daarna is ze nooit meer aardig tegen me geweest."

Leren zwijgen

Van dergelijke ervaringen leer je zwijgen. In een gezin met 'foute ouders' wordt nooit over het verleden gesproken: "Want als je liegt, dan loop je op een gegeven moment tegen de muur", zegt Pragit. "Het heeft mijn leven heel moeilijk gemaakt", vertelt ze. "Je achtergrond is overal mee verweven. Wat je ook wilt vertellen over je jeugd leidt onherroepelijk naar je 'foute vader': 'Ik zat al op mijn derde op de kleuterschool." "O, hoe kwam dat?" "Omdat mijn moeder moest werken zodat we te eten hadden." "Waarom moest je moeder dan werken?" "Omdat... enzovoort'. Het was praktischer om maar gewoon helemaal niks te vertellen. Dat brak me enorm op. Dat eeuwige zwijgen maakte dat ik mensen heel ver van me afhield. De doorbraak kwam toen mijn werkgever een aantal jaren geleden tijdens een functioneringsgesprek zei: 'Het enige dat ik op je aan kan merken, is dat ik zo moeilijk contact met je krijg.' Toen ben ik vreselijk gaan huilen. 'Ik durf ook niks te vertellen, want mijn vader was een NSB'er', snikte ik. Hij had gelukkig heel veel begrip, kende iemand die ook uit een NSB-gezin kwam en wees me op het bestaan van Werkgroep Herkenning, een belangenvereniging van kinderen van foute ouders."

Sociaal uitgestoten

Mevrouw Alein van de Stichting Ikodo, een door de regering gesubsidieerd instituut dat zich bezighoudt met oorlogsgetroffenen, heeft als maatschappelijk werkster regelmatig met kinderen van 'foute ouders' te maken. "Het gaat om volwassenen met een zeer laag gevoel van eigenwaarde", legt ze uit. "Van jongs af aan hebben ze geleerd zichzelf zo min mogelijk bloot te geven. zowel verbaal als non-verbaal kregen ze immers de boodschap dat ze eigenlijk niet mogen bestaan. Ze werden sociaal uitgestoten en aangezien een aantal van hen zo jong was tijdens de oorlog dat ze nauwelijks weten waaraan ze die afkeuring te danken hebben, betrekken ze dat op zichzelf: 'ik ben niets waard omdat ik niets waard ben'. Het worden mensen die heel erg hun best doen het anderen naar de zin te maken, die zichzelf totaal wegcijferen omdat ze ervan overtuigd zijn dat zij geen enkel recht hebben in het leven.

Het bewustwordingsproces dat de maatschappelijke afkeuring niets met hen persoonlijk te maken heeft, maar het gevolg is van daden van hun ouders, gaat heel langzaam. Pas als ze zich dat realiseren, gaan ze aan hun probleem werken. Het lotgenotencontact van de Werkgroep Herkenning is daarbij een hele goede eerste stap. Juist omdat er altijd vooral gezwegen is, is het een enorme opluchting te ontdekken dat je niet de enige bent. Daarna komt het opkrabbelen. Zelfs 50 jaar na de oorlog, na een halve eeuw van zwijgen, kun je nog een heel ander mens worden, een eigen leven gaan leiden waarbij je jezelf niet wegcijfert in de hoop op alsnog een beetje waardering, maar de keuzes gaat maken waardoor je zelf gelukkig wordt."

In de werkgroep praten lotgenoten met elkaar over het oorlogsverleden van hun ouders en hoe dat hun jeugd heeft be´nvloed. "Ik denk zo vaak 'waarom was mijn vader geen verzetsstrijder?'. Dan had ik bij de jaarlijkse herdenking ook op de Waaldorper Vlakte kunnen staan", zegt Pragit, "in plaats van op 4 mei hier thuis te wachten tot de dag voorbij is. Gelukkig is mijn oudste dochter op 5 mei geboren. Sindsdien heb ik in ieder geval het gevoel dat ik wel het recht heb om bevrijdingsdag te vieren." Pragit begon 4 jaar geleden aan de moeizame verwerking. Ze nam deel aan de praatgroepen van de werkgroep en bezocht samen met haar moeder een voormalig concentratiekamp en haar ouderlijk huis van waaruit haar ouders vlak voor het einde van de oorlog waren weggevoerd. Naar het Rijksarchief ging ze echter alleen.

Alles weten

"Vijftig jaar na de oorlog wilde ik alles weten en het daarna ook aan iedereen vertellen. Zo van: 'hier is mijn verhaal, vreet het maar op! Wij waren ook een onderdeel van de oorlog.' Er waren meer NSB'ers in Nederland dan verzetsstrijders. Als je de oorlogsverhalen hoort, lijkt het alsof iedereen die niet met de vijand meeliep hem actief tegenwerkte. Niets is minder waar. Mijn moeder heeft een jeugdvriend die ze jaren later nog eens tegenkwam. Die man is stinkend rijk geworden door in de oorlog aardappels naar Berlijn te vervoeren. Was hij echt minder fout dan mijn vader?"

"De termen 'fout' en 'goed' zijn voor mij inmiddels een stuk minder absoluut geworden. Het is allemaal niet zo zwart/wit. Ik ken niet langer slechts twee werelden, die van 'goed' en 'fout' waarbij ik per definitie bij de verkeerde kant hoor. Ik ben niet het zielige kind gebleven dat met een taboe leeft. De Werkgroep Herkenning en mijn gang naar het Rijksarchief hebben mij geholpen zelf ook 'bevrijd' te raken. Ik heb mijn rust gevonden."

 


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.