|
Therapeut
Harry Klumper schreef boek over fobieën
Humor beter dan valium
door
Marjolein Hurkmans
Er
zijn mensen die zo bang zijn voor spinnen dat ze de
tuin niet meer in durven. En er zijn mensen die als
de dood zijn voor bloed en zelfs niet uit eten gaan
uit angst dat de kok in zijn vingers heeft gesneden.
Voor die mensen, en voor hun partners - je zult maar
moeten leven met een vent die wil dat je zijn uitwerpselen
nakijkt - schreef therapeut Harry Klumper het boek
'De man die bang was voor visjes'.

Illustratie:Dilys
de Jong
Er was eens een man die bang was van sperma. Of eigenlijk:
hij was meer bang voor de ziekte aids. En dus voor
sperma. Want zeker in de begintijd, toen de seksueel
overdraagbare ziekte net bekend raakte, werd de besmetting
via sperma breed uitgemeten. De meeste mensen reageerden
daarop door veiliger te gaan vrijen, zo niet 'onze
man'. Hij besloot ieder contact met andermans zaad
te vermijden. Dat bleek nog niet zo eenvoudig.
Al
vrij snel realiseerde hij zich dat hij parkeerplaatsen
langs de snelweg moest vermijden. Daar hadden mannen
immers volgens de overlevering nogal eens illegaal
intiem contact. Vervolgens ging hij zich afvragen
wat er gebeurde als het regende. Zou dan niet al die
lustig stromende sperma vermengd raken met regenwater
en zo de snelweg opspoelen? En ging het goedje dan
niet aan zijn banden zitten? Diezelfde banden die
iedere dag zijn eigen straat inreden. En laten we
wel wezen, hij was niet de enige automobilist. Zijn
buurman kon net zo goed door zo'n poel verdund sperma
rijden en vervolgens zo de straat 'besmetten'. 'Iedere
keer als ik mijn huis uitstap', dacht de man, 'trap
ik dus waarschijnlijk in andermans zaad. En als ik
dan weer naar binnen ga, dan sleep ik de rotzooi zo
de vloerbedekking op. Stel dat ik dan een pinda laat
vallen...'
Dit
verhaal is geen grap; het is een praktijkvoorbeeld
uit het boek 'De man die bang was voor visjes' (uitgeverij
SWP) van gedragstherapeut Harry Klumper, dat helemaal
is gewijd aan de fobie. Dat mensen extreem bang kunnen
zijn voor spinnen, muizen of onweer is bekend. Ervaringsgewijs
weet Klumper echter dat het nog veel bizarder kan:
een beeldschone dame met ingebeelde lelijkheid en
iemand die zo'n angst heeft voor de eigen ontlasting
dat zijn vrouw iedere dag met een stokje door zijn
drollen moet roeren om te controleren of er niks raars
mee is.
 |
|
Harry
Klumper:
'Helemaal
er van afkomen lukt niet altijd'.
|
"Iedereen
weet wat angst is", legt Harry Klumper uit. "Als
kind zijn we allemaal bang voor een krokodil onder
het bed. En op die leeftijd hebben we ook allemaal
wel een bepaalde vorm van een dwangmatig gedrag. Dat
je niet op de witte strepen van het zebrapad mag lopen
bijvoorbeeld, omdat er dan iets ergs zal gebeuren.
Of dat je de lantaarnpalen moet tellen en op een even
getal moet uitkomen. Het geeft je een bepaalde spanning
en die spanning geeft een kick. Maar naarmate je ouder
wordt, neemt die spanning af. Behalve als je een 'dwanger'
bent. Dan raak je verslaafd aan die kick en 'moet'
je die handeling doen. Doe je het niet, dan voel je
echt een hevige onrust die zelfs fysiek pijn kan doen."
De
dwanger raakt heel snel verstrikt in allerlei dwangmatige
handelingen. "De angst en de spanning gaan hand
in hand. Je bent zo bang van ziektes dat je je handen
moet blijven wassen. Je kunt eigenlijk niks meer aanraken
zonder de paniek te voelen die je dwingt opnieuw naar
de kraan te lopen."
Als
psychotherapeut leidt Harry Klumper het Marina de
Wolfcentrum op de Veluwe waar hij vooral mensen met
fobieën - zo'n tien procent van de Nederlanders
heeft er last van, waarvan twee procent professionele
hulp inroept - behandelt. "Ieder mens kan een
angststoornis krijgen", zegt hij resoluut. "We
hebben allemaal ons breekpunt. Wij spreken in dit
kader altijd over draagkracht en draaglast. De kracht
wordt bepaald door je opvoeding, je omgeving en je
genen. Iemand die zich veilig voelt en goed in zijn
vel zit, heeft een draagkracht als een dikke laag
ijs. Een onzeker mens daarentegen heeft slechts een
dun laagje. Die eerste kan een flinke last te dragen
krijgen, terwijl bij de tweede het ijs al bij het
eerste probleem dat zich voordoet begint te kraken.
Maar als je de last op het dikke ijs opstapelt, houdt
die het op een gegeven moment ook niet meer."
"Natuurlijk
zijn er fobieën die terug te voeren zijn op een
traumatische ervaring in de jeugd; angst voor honden
bijvoorbeeld, omdat je als kind ooit bent gebeten.
Maar er zijn ook een heleboel chronische angsten die
nergens vandaan lijken te komen en die je ook niet
kunt bestrijden met logica. Baby's die nog maar net
kunnen kruipen, vermijden een glasplaat die over een
'afgrond' ligt. Daar kruipen ze omheen. Terwijl ze
toch nooit zijn gevallen. En sommige fobieën
zijn niet te bestrijden. Er zijn mensen die nooit
van de angst afkomen. Dan richten wij ons op het leren
leven met de angst."
Maar
gelukkig kunnen de meeste mensen wel worden geholpen.
"Als ik iemand in behandeling neem, dan probeer
ik eerst de problemen inzichtelijk te maken; waar
is iemand bang voor en waarom. Meestal komen mensen
dan met de angst ziek te worden, dood te gaan of flauw
te vallen van angst. Ik leg ze dan uit dat dat laatste
fysiek nagenoeg onmogelijk is. De angst die ze voelen,
laat de bloeddruk stijgen. Door middel van een stappenplan
gaan we dan langzaamaan proberen de gevoelens van
de patiënt onder controle te krijgen. Wat dat
betreft, lijkt de fobietherapie op stoppen met roken.
Je gevoel 'pak die sigaret dan, je hebt hem nodig'.
Maar je verstand zal reageren met 'doe niet zo raar'.
Je moet van die vluchtimpuls af. Helemaal ervan afkomen
lukt niet altijd, maar een angststoornis is wel hanteerbaar
te maken. En je moet je denkpatronen leren ontrafelen.
Waarom reageer je zo? Je gedachten komen niet uit
de lucht vallen, die hebben een geschiedenis. Als
je bang bent dat anderen je stom vinden, dan is het
best voor te stellen dat je bijvoorbeeld als kind
erg gepest bent en daardoor zo onzeker bent dat je
steeds bang bent dat een ander negatief over je denkt.
Ik probeer mensen dan vooral te leren niet te geloven
dat ze inzicht hebben in andermans gedachten. Dat
kan namelijk niet."
Het
boek 'De man die bang was voor visjes' is geen zelfhulpboek.
"Het is meer bedoeld om mensen te laten zien
dat ze niet de enige zijn, dat ze een bestaande kwaal
hebben. Ik wilde een toegankelijk boek schrijven dat
uitlegt wat voor fobieën er zijn en hoe de therapie
werkt. Dat het af en toe ook een grappig boek is dankzij
de voorbeelden, is daarbij mooi meegenomen. Mijn patiënten
en ik lachen heel wat af. Humor werkt vaak beter dan
een pilletje valium."
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
|