Slechts
een op de acht staat na dood organen af
DE KEERZIJDE VAN EEN
TWEEDE LEVEN
Nabestaanden donor: "Patrick
heeft mensenlevens gered"
door Daphne van Dijk
Vier jaar na de invoering
van de wet op orgaandonatie blijkt deze niet het gewenste
resultaat te hebben. Anno 2002 hebben 4,6 miljoen
Nederlanders het registratieformulier ingevuld, waarvan
ongeveer de helft organen na overlijden wil afstaan.
Omdat de wachtlijsten van mensen die een donororgaan
nodig hebben blijft groeien, begint de overheid volgend
jaar met een nieuwe campagne. Maar of iedereen dan
wel toestemming geeft, is de vraag. Want nadenken
over je eigen dood en wat er daarna moet gebeuren,
is niet gemakkelijk.

Illustratie: Simon Weeda
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
ALKMAAR/ENSCHEDE - Fred Boersen (35)
en Femke Janssen (30) leden beiden aan Cystic Fibrosis
(taaislijmziekte). Als ze geen donorlongen hadden
gekregen, waren ze aan de gevolgen van de ziekte overleden.
Maar tegenover de vreugde van elk leven dat met een
donororgaan wordt gered, staat het verdriet van de
nabestaanden. Enkele jaren geleden verloren Bea en
Rob Küpers hun toen 16-jarige zoon Patrick bij
een verkeersongeluk. Hij had ernstig hersenletsel
en al na 12 uur vroegen de artsen of Patricks organen
voor transplantatie beschikbaar mochten worden gesteld.
Bea en Rob stemden toe.
Een op de 3600 kinderen wordt met Cystic Fibrosis
geboren. Zo ook Fred en Femke. De ernstige ziekte
kenmerkt zich door taai slijm in onder andere de longen
met als gevolg luchtwegeninfecties. Veel patiënten
overlijden op jonge leeftijd. "Door al de infecties
wordt het longweefsel aangetast," vertelt Fred,
die Femke heeft leren kennen tijdens hun veler verblijven
in het ziekenhuis. "Je krijgt steeds minder zuurstof
binnen waardoor je op den duur extra zuurstof toegediend
moet krijgen. Ik werd 5,5 jaar geleden op een wachtlijst
voor een donorlong geplaatst. Op het laatst had ik
24 uur zuurstof nodig en lag ik 's nachts aan de beademing
in het ziekenhuis. Als ik twee jaar geleden deze donorlong
niet had gekregen, was het voor mij een afgelopen
zaak."
Zuurstof
In 1966 vond de eerste Nederlandse orgaandonatie plaats:
een nier. Inmiddels is de lijst uitgebreid met vitale
organen als hart (1978), lever (1979), alvleesklier
(1984), longen (1989), hart-, longtransplantatie (1996)
en dunne darm (2001). Daarnaast kunnen ook weefsels
als huid, botweefsel, hartkleppen, kraakbeen, pezen
en hoornvlies getransplanteerd worden. Omdat vitale
organen constant zuurstof nodig hebben om geschikt
te blijven voor transplantatie (bij weefsel geldt
dat niet), is tot het moment van uitname een intacte
bloedcirculatie vereist. Daarom wordt iemand die hersendood
is, een voorwaarde voor orgaandonatie, kunstmatig
beademd. Het uitnemen van organen en weefsels gebeurt
met grote zorgvuldigheid en met respect voor de overledene
en de nabestaanden. Hoofd, gezicht en hals blijven
altijd ongeschonden.
"Toen hij de operatiekamer inging voor de
uitname-operatie, leek hij nog in leven. Op het moment
dat wij hem daarna zagen, was hij dood", vertelt
Rob Küpers, de vader van Patrick wiens organen
na een fataal verkeersongeluk beschikbaar werden gesteld
voor donatie. "Ik vind het een enorm gemis dat
ik niet bij het sterven van mijn kind kon zijn. Maar
het is draaglijk omdat ik weet dat Patrick een hoger
doel gediend heeft: mensenlevens redden."
Patrick speelde met wat jongens en meiden 's avonds
op straat. Een van de jongens had een brommer waarop
iedereen een rondje mocht rijden. Omdat het begon
te schemeren, deed Patrick toen hij aan de beurt was
de koplamp aan. Dat die kapot was, wist hij niet.
Patrick reed weg zonder helm. Even later werd hij
geschept door een auto die linksaf sloeg en Patrick
niet zag. Hij kwam met een smak tegen de vooruit;
Patrick was meteen buiten bewustzijn. Pas in het ziekenhuis
drong de ernst van de situatie door. "Patrick
werd meegenomen voor onderzoek. Uren zaten we te wachten",
vertelt Bea. Rob: "Toen de neuroloog eindelijk
kwam, vertelde hij ons dat het er zorgelijk voor Patrick
uitzag. De druk in zijn hersenen die vol waren gelopen
met bloed was veel te hoog. Hij ging een drukmeter
in zijn schedel aanbrengen."
Na een zware nacht bleek de druk niet gedaald. Na
de nodige testen vertelde de neuroloog in de familiekamer
het vreselijke nieuws: Patrick was hersendood. Rob:
"Hij zei vervolgens: 'Ik weet dat het ontzettend
moeilijk is voor u dat ik het nu vraag, maar heeft
u wel eens nagedacht over orgaandonatie? Of heeft
Patrick daarover wel eens iets gezegd?'" Ze hadden
maar kort de tijd om te beslissen. Hoewel Patrick
zich nooit over het onderwerp had uitgelaten, dacht
de familie dat hij volmondig 'ja' zou hebben gezegd.
Nabestaanden hebben in het geval altijd het laatste
woord. Is de wil bekend, dan gaat de donatie bijna
altijd door. Heeft iemand geen wilsbeschikking laten
opnemen in het Donorregister, dan geeft de familie
in drie van de vier gevallen geen toestemming.
Uit onderzoeken blijkt dat vooral het begrip hersendood
mensen ervan weerhoudt zich te laten registreren als
orgaandonor. Volgens de stichting Donorvoorlichting
betekent hersendood dat als hersenen langer dan enkele
minuten geen zuurstofrijk bloed krijgen, ze onherroepelijk
beschadigen waardoor alle hersenfuncties voor altijd
uitvallen. Hersendood is onomkeerbaar.
In Nederland wordt bij de vaststelling van hersendood
gewerkt volgens het Hersendoodprotocol, een bij wet
geregeld aantal stappen voor artsen om officieel vast
te stellen dat iemand hersendood is. Er wordt bijvoorbeeld
een EEG, een 'film' van de elektrische hersenactiviteiten
gemaakt. Bij een apneu-test wordt de beademingsmachine
losgekoppeld om te beoordelen of de spontane ademhaling
ontbreekt. Hersendood is moeilijk te bevatten omdat
een patiënt er door de kunstmatig beademing niet
dood uit ziet. Hij heeft een normale huidskleur, voelt
nog warm aan en het hart klopt.
Op de website van de Stichting Bezinning Orgaandonatie
wordt het begrip heel anders geïnterpreteerd.
Omdat men pas in 1966 voor het eerst in Nederland
kan transplanteren en er sindsdien organen nodig zijn,
is er een nieuwe definitie van de dood ingevoerd.
We lezen: "Mogen we iemand dood verklaren als
hun hersenen dienst weigeren en hun 'dagbewustzijn'
is uitgevallen? Als specialisten in een ziekenhuis
hebben gemeten dat hersenen geen activiteit meer vertonen,
mag men dan concluderen dat een patiënt dood
is? Als ongeveer 96% van het menselijk lichaam functioneert,
mag men iemand dan dood verklaren? Gesproken wordt
over de verwijdering van een orgaan uit een 'beademd
stoffelijk overschot'. Maar elke medicus weet dat
een werkelijk stoffelijk overschot van een mens onmogelijk
met enig resultaat beademd kan worden."
Femke droeg op het laatst 20 uur per dag een zuurstoffles
mee. En een pieper. Want als je eenmaal op de wachtlijst
staat, moet je binnen een paar uur in het ziekenhuis
kunnen liggen. Elke keer als er een orgaandonor is
- in 2001 stonden in Nederland 187 mensen één
of meerdere organen af - wordt in de database van
Eurotransplant gekeken welke patiënt het best
past bij de orgaandonor qua bloedgroep en grootte
van het donororgaan. Dat kan ook een ontvanger in
het buitenland zijn, want Eurotransplant werkt met
een aantal landen samen. "Fred en ik reden op
de Afsluitdijk toen mijn pieper afging", vertelt
Femke, die een half jaar op de wachtlijst stond. "Mijn
hart bonkte in mijn keel. Ik heb meteen gebeld. En
ja, er was een setje longen beschikbaar. Ik moest
acuut naar het ziekenhuis. Buiten het lichaam zijn
longen maar acht uur houdbaar."
Privacy
Nadat Bea, Rob en de anderen kinderen Manon en Martijn
instemden met orgaandonatie van Patrick, was nog ongeveer
een dag nodig om alles te regelen. De nabestaanden
konden de hele dag van Patrick afscheid nemen. Uiteindelijk
kreeg een 41-jarige man Patricks linkernier en zijn
alvleesklier. Een 23-jarige vrouw zijn rechternier.
Beiden hoeven nu niet meer gedialyseerd te worden
en de man hoeft bovendien geen insuline meer te spuiten.
Bij een 34-jarige man en een 32-jarige vrouw zijn
Patricks organen (respectievelijk het hart en de lever)
levensreddend geweest. Rob heeft het minder, maar
Bea wil graag weten hoe het nu jaren later met die
mensen gaat. "Maar bij Europlant gaan ze verkrampt
om met privacy en anonimiteit", stelt Rob. "Ik
hoef geen bedankbriefje en ik hoef de mensen met Patricks
organen ook niet te ontmoeten: Maar ik wil me graag
een menselijk beeld vormen: zijn die mensen getrouwd?
Hebben ze kinderen?"
Femke en Fred moeten er niet aan denken met de nabestaanden
van hun donorlong contact te hebben. "Mijn longen
voelen zo eigen", vertelt Fred. Maar ook met
donorlongen is het gevaar niet geweken. Er is altijd
de kans van afstoting. Daarom moeten Femke en Fred
elke dag zware medicijnen slikken met veel bijwerkingen
die het auto-immuumsysteem uitschakelen, waardoor
ze weer vatbaarder zijn voor andere ziektes. En door
al die medicijnen krijgen de nieren het zwaar te voortduren.
Hoe oud mensen kunnen worden met een donororgaan is
onbekend, want het hangt van veel factoren af. In
het geval van een dubbele longtransplantatie overleeft
70 procent het eerste jaar. Femke: "Ik zei laatst
tegen mijn ouders: 'Al leef ik nog maar een jaar,
dan was het het toch waard geweest.' Ik kan zoveel
dingen weer doen, heb het idee dat ik plannen kan
maken, de wereld aan mijn voeten ligt. Als je ziek
bent, ga je achteruit. Pas nu realiseer ik me wat
ik allemaal niet meer kon. Je krijgt eigenlijk een
tweede leven cadeau, dat is fantastisch. Ik ben degene
die zijn of haar organen heeft afgestaan enorm dankbaar."
Bea, Rob en hun kinderen hebben zich na Patricks overlijden
allemaal als orgaandonor laten registreren. Rob: "Als
iemand ziek is en je kunt op die manier helpen, vind
ik dat de zuiverste vorm van naastenliefde. Patricks
dood is niet voor niets geweest. Maar ik kan met ook
heel goed voorstellen dat nabestaanden niet instemmen
met orgaandonatie. Ik vind ook niet dat mensen die
hun organen niet willen afstaan, geen donororgaan
mogen ontvangen, mochten ze het ooit nodig hebben.
Iedereen kan daar zijn eigen legitieme reden voor
hebben. Maar denk er in ieder geval wel over na."
Femke en Fred zijn wat stelliger in hun overtuigingen.
Femke: "Als je geen donor wilt zijn, mag je ook
nooit een orgaan ontvangen. Met jouw dood red je een
paar levens. Daar mag je best eens bij stilstaan."
Ook blijkt de behoefte aan erkenning na al die
jaren nog steeds aanwezig. "Elk soortgelijk verhaal
sterkt je", zegt Rob, die tevens redacteur is
bij het onlangs opgezette nieuwsbrief 'Nabestaandencontact'
van de Stichting Donorvoorlichting. En hoewel ze nog
steeds met de volle honderd procent achter hun beslissing
staan, menen ze dat er rond orgaandonatie nog een
hoop verbeterd kan worden. Rob: "Het blijkt nog
steeds dat in ziekenhuizen soms de donatie belangrijker
is dan jouw kind dat ligt te sterven. En ik hoor wel
eens stuitende verhalen. Bijvoorbeeld dat de nabestaanden
de doos met de organen voorbij zien komen. Of dat
wanneer alleen de hartkleppen van iemand gebruikt
worden de rest van het hart met het organisch ziekenhuisafval
meegaat. De hele donatie zou zich meer achter de schermen
moeten afspelen. Jouw dierbare is gestorven. En dat
is het enige wat op dat moment telt."
|