telegraaf.nlDe krantLaatste nieuwsSportPriveDFTDigi






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Autopagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo  
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 
 

     

Jonge moeder stort na geboorte derde kind volledig in
Postnatale
depressie

door Gemma Buters

"Ik sta voor de spiegel; ik herken mezelf niet meer, de mesjes binnen handbereik. Ik voel hoe dit de verkeerde kant opgaat. Ik voel dat de gedachten aan de kinderen niet meer voldoende zijn om me hier te houden. Ik bel een vriendin."

                                                                                                     Illustratie: Dilys de Jong

 Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

Het is 27 april 2001 en Inge Janssens, moeder van drie jongens, is alleen thuis in haar woning in Merksem bij Antwerpen. Haar man is met de kinderen naar de Ardennen om Inge wat rust te gunnen. Maar ze ziet het leven niet meer zitten, doorloopt in haar hoofd voor de zoveelste keer hoe ze er het best een einde aan kan maken. Pillen, alcohol, scheermessen? De angst om te overleven met een ernstige handicap is het enige dat haar weerhoudt van zelfmoord.

In zeven maanden tijd is Inge Janssens veranderd van een krachtige, energieke, altijd opgewekte werkende moeder voor wie niets te veel was in een psychisch en lichamelijk wrak. Ze weegt nog 52 kilo en is een schim van haar oude zelf. Een postpartum depressie - in de volksmond beter bekend als postnatale depressie - heeft Inge volledig gesloopt.

Inge Janssen

In haar onlangs verschenen boek 'Vlinder van verdriet' (uitgeverij Lannoo) beschrijft Inge Janssens de martelgang die haar een klein jaarna de geboorte van haar derde zoon volledig in zijn greep hield. Van roze wolk tot inktzwarte wanhoop, moedeloosheid, eenzaamheid en alle stadia er tussenin. Het verhaal van Inge is pijnlijk, eerlijk en openhartig; een herkenning voor andere vrouwen en hun naasten die ontdekken dat het leven na de geboorte van een kind niet altijd met sterrenstof is bezaaid.

"Vrouwen houden ook zelf de mythe van de roze wolk in stand", zegt Inge Janssens thuis in haar moderne woning in Merksem. "Het moederschap is heilig. Je schaamt je omdat je vindt dat je het recht niet hebt om ongelukkig te zijn. Ik voelde me ondankbaar, want ik had toch alles: drie gezonde kinderen, een man, een baan, een mooi huis. Wie was ik om daar depressief van te worden?"

Maar een week na de geboorte van haar jongste zoontje slaat de depressiviteit toe. "Ik begin soms zomaar te huilen, om niks, om alles", schrijft Inge in haar dagboek. "Alles valt me zo zwaar en ik voel me zo alleen." Haar man heeft het te druk met zijn nieuwe baan en Inge voelt zich langzaam wegzakken in een diepe put, waar ze pas vele maanden later uit zal kruipen.

Schaamte

In haar boek, een verzameling van brieven, dagboekfragmenten en gedichten, beschrijft de Vlaamse haar worsteling om toe te geven dat er iets mis is, haar gevecht met schaamte en schuldgevoelens, bijvoorbeeld over haar zorgvuldig geheimgehouden teleurstelling dat haar derde kind geen dochter was.

"Ik had een beeld van mezelf dat totaal niet bij zoiets paste", erkent Inge Janssens aan haar eettafel achter een kop thee. "Ik had dezelfde vooroordelen als iedereen: een postpartum depressie is iets voor huilerige, zwakke vrouwen die overrompeld worden door de zorg voor een baby en niet goed kunnen organiseren. En daar was ik juist altijd een kei in! Ik had nooit gedacht dat mij zoiets zou overkomen, mij niet."

Maar beetje bij beetje dringt het toch tot Inge door dat ze hulp moet zoeken. Ze slikt haar schaamte moeizaam in en vindt bijstand bij haar verloskundige, haar gynaecoloog en bij een psychiater. Toch blijft Inge nog maandenlang koppig doorwerken en voor de buitenwereld volhouden dat er niets aan de hand is. Zelfs haar ouders weten van niks en haar man denkt dat ze alleen maar erg moe is.

Koppig verzet

"Ik moest ertegen vechten omdat de boel anders in het honderd zou lopen en dat kon niet met drie kinderen", vertelt ze achteraf. "En mijn werk, zolang ik dat deed, was ik naar mijn idee nog normaal. Ik ben zeker zes maanden bezig geweest met koppig verzet. Ik kon me niet overgeven, ik was altijd degene die alles regelde en nu raakte ik de grip kwijt."

Uiteindelijk stopt Inge toch met werken, maar ze moet eerst nog veel verder de diepte in voor er weer licht komt aan het einde van de tunnel. De antidepressiva doen hun intrede en er dreigt zelfs een opname. Maar uiteindelijk begint er iets te veranderen en weet Inge stap voor stap haar leven weer in handen te nemen. Ze voert pijnlijke gesprekken met haar man over hun huwelijksproblemen, besluit het onderwijs de rug toe te keren en een opleiding voor vroedvrouw te gaan volgen en, het allerbelangrijkste, ze leert minder veeleisend te zijn voor zichzelf en anderen. "Ik moest en zou de perfecte moeder, huisvrouw, partner, leerkracht, dochter, collega, vriendin zijn en ik wilde maar niet aanvaarden dat ik dat niet voor elkaar kreeg." Pas na lang aarzelen besloot Inge, mede op aandringen van een lotgenote, haar ervaringen te publiceren. Zelf had ze in haar wanhoop vergeefs gezocht naar een boek over postpartum depressies. "Dat gebrek aan informatie, gecombineerd met mijn koppigheid, droeg er mede toe bij dat ik de eerste maanden alles verkeerd heb gedaan." Haar boek is niet alleen bedoeld als steun in de rug voor depressieve moeders maar ook voor hun partner, familie en vrienden.

"Niemand in mijn omgeving wist hoe erg het was", zegt Inge Janssens. "Zelfs mijn moeder schrok toen ze het boek had gelezen, vooral van mijn zelfmoordplannen. We wisten niet dat het zó erg met je was, hoor ik nu steeds van vrienden en bekenden. Mijn man begrijpt nu ook beter hoe zwaar het is geweest en waarom ik me door hem totaal niet gesteund voelde."

Inmiddels zijn we 2,5 jaar verder. Inge heeft weer kleur op de wangen en probeert te doen waar ze zin in heeft, in plaats van wat ze moet. "Twee jaar geleden hadden die vuile borden echt niet op het aanrecht gestaan", wijst ze naar de open keuken. "En waren de ramen netjes gezeemd en de video's opgeruimd. Nu lopen de kinderen wel eens in een vuile broek. Dat was vroeger echt onmogelijk."

Haar relatie met ouders en vrienden is ook verbeterd. "Vroeger vertelde ik alleen de leuke dingen, nu zeg ik het ook als ik het moeilijk heb. Wildvreemde mensen spreken me soms aan en vertellen me dat ze hetzelfde als ik hebben meegemaakt. Ik heb het er helemaal niet meer moeilijk mee dat iedereen het weet. En dat zegt wel wat."


© 1996-2003 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.