Partner
wordt patiënt,
geliefde verpleger
door Marjolein Hurkmans
De mens wordt te oud, zegt men.
En dementie zou een van die kwalen zijn die met een
te hoge leeftijd te maken heeft. De geest sterft vast
af in een lichaam dat het langer volhoudt dan verwacht.
En daar zit je dan, ooit hopende op een gezellige
oude dag met je partner die nu echter alleen nog maar
wartaal kan uitslaan, agressief is en een gevaar voor
zichzelf en de omgeving vormt. Je verschoont haar
luiers, kookt het eten, doet de was, houdt in je eentje
een dolgedraaid huishouden gaande. Mantelzorg, noemt
men dat. Het wordt gezien als het antwoord op het
tekort aan medisch personeel.

Illustratie: Dilys de Jong
Wilt
u reageren op dit artikel, klik dan hier
AHATTEM - Ooit was je gelukkig samen.
Ooit waren jullie gelijkwaardig, kon jij op haar rekenen
zoals zij op jou. Nu is er van een evenwichtige relatie
geen sprake meer. Zij de zieke, jij de verpleger.
Zij het slachtoffer, jij eeuwig de held; zij het kind,
jij de volwassene.
"Mantelzorg verlenen is een zware
opgave", geeft Leone Broks van het Landelijk
Overleg Thuisverzorgenden (LOT) toe. "Een deel
van de anderhalf miljoen mantelzorgers die ons land
telt is 24 uur per dag, zeven dagen per week, 365
dagen per jaar in touw. Dat is bijna niet vol te houden.
Niet voor niets pleiten wij voor een betere organisatie
van de mogelijkheden tot respijtverlof. Deze week
nog heeft onze voorzitter de politiek opgeroepen om
50 miljoen beschikbaar te stellen zodat de overbelaste
mantelzorger af en toe even tijd voor zichzelf krijgt;
even bij kan tanken doordat de zorg tijdelijk door
een ander wordt overgenomen."
Conclusie
Harm Thijssen was zo'n mantelzorger.
De laatste paar jaar van zijn leven stonden in het
teken van de ziekte van zijn dementerende vrouw Heleen.
Geen ziekte zo ontluisterend als Alzheimer en geen
patiënt zo afhankelijk als een dementerende.
Wie zijn partner ten onder ziet gaan aan een steeds
groter wordende vergetelheid, gaat daar zelf aan onderdoor.
In zijn boek <I>Langzaam werd gisteren vandaag
</I>(uitgeverij Bzztoh) dat deze maand uitkomt,
verwoordt de schrijver het als volgt: 'Ik kom tot
de conclusie dat het noodzakelijk is om op den duur
een dementerende te laten verzorgen door een beroepskracht,
omdat een emotioneel gebonden iemand als een partner
dat gewoon niet meer aan kan. Alleen als je er niet
bij betrokken bent, als je je na een aantal uren vrij
kunt maken voor iets totaal anders en als het je beroep
is, waarvan je misschien nog houdt ook, kun je dat
volhouden. Het is dus helemaal geen kwestie van een
tekort aan liefde, uithoudingsvermogen of offervaardigheid
bij de partner. Juist het tegenovergestelde is waar.
Hij heeft te veel liefde, voelt te veel verbondenheid
om het te kunnen volbrengen.'
Afgelopen week werd door het LOT een
onderzoek gepresenteerd naar de ervaringen van mantelzorgers
in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport. Uit de resultaten van een enquête
onder 403 mantelzorgers blijkt dat bijna driekwart
(73,5 procent) van de respondenten ervaart dat vrijwel
niemand beseft hoe zwaar de mantelzorg voor hen is.
Meer dan de helft (54 procent) zorgt langer dan 5
jaar voor een ander; bijna een kwart (24 procent)
verleent tussen de 2 en de 5 jaar zorg. Ruim een kwart
(28 procent) besteedt meer dan 80 uur in de week aan
de zorg; bijna een vijfde (18 procent) tussen de 40
en 80 uur in de week.
Er blijft weinig vrije tijd over voor
de zorgende partner. Harm Thijssen schreef zijn schrijnende
boek dan ook tijdens de schaarse vrije uurtjes waarin
hij, immers ook 80 jaar oud, zogenaamd zijn middagdutje
deed. Op iedere in het geheim getikte pagina -echtgenote
Heleen was, zoals de meeste Alzheimerpatiënten
behoorlijk argwanend en zou het niet geaccepteerd
hebben dat haar man haar ontluistering op papier vastlegde
- groeit zijn wanhoop. Van ietwat verward verandert
zijn vrouw in een zwaar depressief hoopje mens dat
binnensmonds mompelend door het huis dwaalt, alleen
nog maar pudding wil eten, de toilet niet meer kan
vinden en uiteindelijk een luier moet dragen. Ik realiseer
me dat haar niks te verwijten valt. Het hoort bijna
onlosmakelijk bij het ziekteproces. Maar toch. Het
doet af aan de innige verbondenheid. Vorige week zondag
toen ik haar uit de auto had geholpen en ze rechtop
stond, liet ze een paar harde knallende winden.'
Het is dat aspect wat je het meest
aangrijpt in zijn dagboekrelaas. Niet zozeer de teloorgang
van de geestelijke vermogens van Heleen Thijssen,
maar de ondergang van de liefde tussen dit echtpaar
dat al decennia met elkaar is getrouwd en dat echt
dacht samen gelukkig oud te worden. 'Zul je ook nog
van me houden als ik nog slechter word?', vraagt ze
hem ergens in het boek en hij bevestigt dat natuurlijk
onmiddellijk.
'Maar in weerwil van mijn mooie woorden
besef ik donders goed dat in de laatste twee jaar
een aantal essentiële voorwaarden voor liefde
hebben ontbroken: begrip en respect voor elkaar, saamhorigheid,
het vermogen om samen problemen te bespreken en op
te lossen... Kortom de geweldige kameraadschap die
een huwelijk maakt tot een lotsverbondenheid waartegen
geen enkele andere menselijke verhouding het kan opnemen.
Maar ik kan haar dat niet zo in haar gezicht zeggen,
want ze zal het niet begrijpen, zoals ze bijna niets
begrijpt.'
"Het is een van de moeilijkere
aspecten van mantelzorg", weet Leone Broks van
het LOT. "Sommige mensen zien de tot patiënt
verworden partner weliswaar nog steeds als zodanig,
maar vooral wanneer het gaat om dementie is dat heel
moeilijk. Immers, de persoon voor wie je zorgt, lijkt
in niets meer op je vroegere geliefde. Door het hele
land organiseren we cursussen om mantelzorgers daarmee
om te leren gaan; om ze duidelijk te maken dat ze
het recht hebben op een eigen leven. Lotgenotencontact
is op dat gebied ook heel belangrijk. Het feit dat
andere mensen ook voelen wat jij voelt, dat je niet
de enige bent."
Nieuwe medicijnen
Het dagboek van Thijssen beslaat ongeveer
twee jaar, waarin de auteur zich een weg baant door
de hulpverleningsinstanties en zijn vrouw steeds slechter
ziet worden. Hij leert laveren tussen haar argwaan
voor hulpverleners en de hulpbehoefte die er nu eenmaal
is als 80-jarigen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen;
hij gaat in de slag met psychiaters, gelooft rotsvast
in nieuwe medicijnen die uiteindelijk net zo min soelaas
bieden als al het andere en raakt er steeds behendiger
in, zijn levens als schrijver, echtgenoot en psychiatrisch
verpleger uit elkaar te houden. Tot hij er uiteindelijk
bijna zelf aan onderdoor gaat en niet langer kan voorkomen
dat Heleen moet worden opgenomen in het tehuis voor
demente bejaarden waarvoor zij al zo lang doodsbang
is. Een dualistische situatie voor de schrijver. Aan
de ene kant is hij opgelucht dat hij van de zorg voor
Heleen wordt ontheven, aan de andere kant is daar
het immense schuldgevoel.
'Voor ons die bij zinnen zijn, is
het een vloek, maar is het wel een vloek? Is het ook
niet iets van genade van de natuur? Wij zijn uit de
aarde aards. Wij zijn geboren zonder iets te weten.
Alles wat onze geest bevat, is door onze zintuigen
aangeleverd. Via onze zintuigen komt de menselijke
geest tot de vorming van begrippen, soorten, verhoudingen.
Aan het einde des levens beginnen de zintuigen ons
in de steek te laten. De namen vervagen, de begrippen
verdwijnen. De dingen zijn niet meer van elkaar te
onderscheiden. Zo naderen wij steeds meer de aarde
waarin wij straks zullen worden opgeborgen. Stof zijn
wij en tot stof keren wij weder.'
Neuroloog
Hiermee eindigt het persoonlijke relaas
van de schrijver. Wat volgt in het laatste hoofdstuk
is een door een neuroloog geschreven hoofdstuk, waarin
wordt uitgelegd wat dementie en Alzheimer precies
inhouden en een adressenlijst. Er is geen nawoord.
Heleen Thijssen overleed in de nacht van 7 op 8 april
in 2002. Harm volgde zijn vrouw op 14 juli.
Voor het LOT is de strijd nog niet
gestreden. Onlangs werd er een manifest opgesteld
met daarin zes punten van aandacht voor de politiek:
"Wanneer een mantelzorger langdurig en intensief
moet zorgen, ligt overbelasting op de loer. Ook kunnen
mantelzorgers zelf te kampen krijgen met lichamelijke,
psychische, relationele en/of financiële problemen
of hierin verstrikt raken", aldus de inleiding
van het document. Om erger te voorkomen en het de
mantelzorger makkelijker te maken de zware taak te
dragen, pleit men vervolgens voor keuzevrijheid van
de mantelzorger: als hij/zij niet meer kan of wil
zorgen, moet de mogelijkheid bestaan er (deels) mee
op te houden; het organiseren van een landelijk dekkend
netwerk aan respijthulp zodat de mantelzorger af en
toe er tussenuit kan; een financiële vergoeding
voor de thuisverzorger - het Sociaal Cultureel Planbureau
publiceert hierover binnenkort een kostenanalyse -
die immers zelf vaak geen baan buitenshuis erbij kan
hebben en al helemaal niet in staat is maatschappelijk
carrière te maken; de instelling van een uitgebreid
zorgverlof zodat de mantelzorger niet zelf ook nog
eens in de Ziektewet of WAO belandt door de dubbele
belasting en het beschouwen van de mantelzorgers als
een partij bij het overleg met betrekking tot het
zorgbeleid aangezien ze 80% van de zorg op zich nemen.
|