Telegraaf-iDe krantLaatste nieuwsSportflitsenDFTDigiNieuwsCrazyLife






Vrouw en Relatie 
Reportages 
Uw mening 
Reageer 
WWW de Ware 
---
Uit de krant 
Voorpagina Telegraaf 
Binnenland 
Buitenland 
Telesport 
Financiële Telegraaf 
Archief 
ABONNEER MIJ 
---
En verder 
Begroting 2002 
Over Geld 
Scorebord 
Autopagina 
Filmpagina 
Woonpagina 
Reispagina 
---
Ga naar 
AutoTelegraaf 
Reiskrant 
Woonkrant 
VacatureTelegraaf 
DFT 
Privé 
Weerkamer 
Headlines 
---
Kopen 
 Speurders 
ElCheapo 
---
Met Elkaar 
Netmail 
Dating 
---
Mijn leven 
Vrouw & Relatie 
AstroLink 
---
Contact 
Abonneeservice 
Adverteren 
Mail ons 
Over deze site 

     
Dido Michielsen schreef openhartig boek over adoptie
VOL VERWACHTING VAN ANDERMANS KIND

door Marjolein Hurkmans

Dido Michielsen is geen geboren moeder. Eigenlijk zag ze jarenlang het idee van een kinderschare aan haar rokken bepaald niet zitten. Uiteindelijk bedacht ze zich, maar toen haalde de natuur een akelige truc met haar uit. Zwanger worden bleek nog niet zo simpel. Na een aantal frustrerende jaren van onderzoeken besloten Dido en haar man Auke over te gaan tot adoptie. Inmiddels vormen zij met hun twee Chinese dochtertjes een hecht gezin, maar dat een en ander niet zonder slag of stoot tot stand kwam, is te lezen in haar boek 'Dochters van Ver' (uitgeverij Prometheus).

Wilt u reageren op dit artikel, klik dan hier

OVERVEEN - De oppas heeft aan iedere hand een klein meisje met een onmiskenbaar Oosters uiterlijk. Ze gaan even naar de eendjes, zegt ze en stapt de druilerige straat op. De meisjes lijken geen last van de regen te hebben, ze babbelen honderduit. Het land van de rijzende zon lijkt minstens zo ver van ze verwijderd als de Noordpool.

Ze waren allebei dan ook nog maar baby's toen Dido Michielsen en Auke Kok hen in China ophaalden. Lisa droeg een te warm skipakje, een westers pyjamaatje en had een overvolle luier toen de kersverse mama haar voor het eerst in haar armen kreeg. Lin zat in een knalroze Micky Mouse-jurk op de schoot van haar verzorgster bij de eerste kennismaking. En dat wij dat allemaal weten, komt doordat journalist Dido in haar boek 'Dochters van Ver' uiterst gedetailleerd het hele adoptieproces heeft beschreven.

"Ik wilde een lekker leesbaar boek schrijven", vertelt Dido. "Het boek dat ik zelf had willen lezen toen het idee van adoptie bij ons vorm begon te krijgen. Er bestaan een heleboel naslagwerken waarin precies staat welke stappen je moet ondernemen als je adoptie overweegt, maar naar een boek over de gevoelens van de aanstaande ouders, de obstakels en de vreugdevolle momenten heb ik zelf vruchteloos gezocht."

Geur

In het boek vertelt Dido uitgebreid over de eerste kennismaking waarbij ze kersverse dochter Lisa op een meegebracht schapenvachtje legt. "Omdat ik ergens iets over smell bounding had gelezen, was ik er, opdat het vachtje mijn geur aan zou nemen, vier weken lang iedere nacht op gaan liggen. Dit moet haar de eerste dagen eerder schrik hebben aangejaagd dan dat ze er een veilig vertrouwd gevoel aan kon ontlenen, wat nu juist de bedoeling was. Ik had er namelijk niet bij stilgestaan dat mijn geur en mijn complete aanwezigheid overigens haar totaal vreemd zouden zijn en allesbehalve vertrouwd. Ik mocht dan misschien denken dat hier mijn lang verwachte dochter lag, Lisa zelf had daar in de begintijd vast haar twijfels over.

" Dat Dido niet de enige potentiële adoptieouder is die hongert naar kennis, bleek uit de vele onverwachte 'kraamvisite' die zij en haar man Auke kregen toen zij Lisa en Lin eenmaal hadden opgehaald. "Toen wij net onze dochters hadden, waren er zowat iedere zaterdag onbekende mensen op visite", vervolgt ze. "Die hadden dan via via gehoord dat wij geadopteerde kindjes hadden en wilden met eigen ogen zien hoe dat er dan uitzag omdat ze zelf ook met adoptieplannen rondliepen. Als aanstaande ouders van een kind uit een ver land heb je net zo hard een referentiekader nodig als wanneer je zwanger bent van je eerste biologische kind. In dat laatste geval zie je echter overal om je heen andere vrouwen in verwachting en rol je van de ene kraamvisite in de andere. Potentiële adoptieouders hebben dat niet. En hoewel ik de behoefte van al dat onbekende bezoek begreep, had ik er op een bepaald moment wel genoeg van om steeds als praktijkvoorbeeld te dienen."

Ze is in haar boek onthutsend eerlijk. De wolk van de verwachtingsvolle ouders van een kindje van een ander is bepaald niet altijd even roze als het balletpakje dat Dido's oudste op het moment van ons gesprek trots komt laten zien: "Ik ken de eerste positie", zegt ze terwijl ze haar voetjes in V-vorm zet. "Kijk maar.

" Uit het boek: "Zodra je Lisa zag, begreep je de charme van de Teletubbies. Mensen op straat bukten zich om haar over haar bolletje te aaien, zwervers in het park droegen gevonden en kapotte speeltjes aan en soms leek het of de hele wereld een koekje of een snoepje op zak had, louter en alleen om het aan onze kleine meid te schenken. In het begin vond ik al die aandacht natuurlijk reuze vleiend. Ik voelde me bij wijze van spreken zo trots alsof ik haar zelf had gebaard. Maar na niet al te lange tijd begon ik het allemaal wat minder leuk te vinden, temeer daar Lisa het vanzelfsprekend vond dat onbekenden zich enthousiast over haar heen bogen. De eerste twijfels roerden zich: was dit normaal gedrag of was er soms meer aan de hand? (...) Diep in mijn binnenste echoden de heilloze woorden: geen bodemsyndroom."

"Ik heb even getwijfeld of ik wel moest schrijven over de eerste jaren van Lisa", zegt Dido aarzelend. "Ze maakte in het begin heel moeilijk echt contact met ons als ouders, was een peuter die al veel te vroeg teleurgesteld was geraakt in de volwassenen om haar heen. Wat me over de streep trok, was de negatieve berichtgeving over onthechtingsverschijnselen bij geadopteerde kinderen. Er heerste een tijdje een tendens bij hulpverleners om te zeggen dat onthechte kinderen nooit een normaal leven zouden kunnen leiden. Ze zouden het beste af zijn in een anonieme omgeving zonder al te veel liefde maar met een duidelijke structuur. En veel van die kinderen zouden door verwaarlozing in het tehuis tijdens het eerste levensjaar onthecht zijn. Gelukkig is men daar inmiddels van teruggekomen, maar ik moet echt niet denken aan al die kinderen die als gevolg van dat halverwege de jaren '90 heersende idee nu verder opgroeien in een liefdeloze omgeving. Wat Lisa betreft hebben we gewoon goede hulp gezocht en gevonden en het is uiteindelijk helemaal goed gekomen. Ook dat wilde ik aan andere adoptieouders vertellen, zodat zij niet dezelfde stuntelige weg hoeven af te leggen als wij."

Raadsels

"Want als je een kind hebt geadopteerd, sta je voor een heleboel raadsels die biologische ouders in mindere mate hebben. Bij ieder akkefietje vraag je je af of het een gevolg is van de leeftijd of dat het te maken heeft met het feit dat je kind geadopteerd is. En je hebt inderdaad ook niet je eigen persoonlijkheid om naar terug te grijpen. Je kunt nooit zeggen: 'O, dat heeft ze van mij, zo was ik ook als kind'. Maar eigenlijk vind ik dat alleen maar prettig. Ik kom zelf uit een gezin waar iedere eigenschap werd gekoppeld aan de genen van hetzij papa, hetzij mama en vaak had ik zoiets van 'mag ik alsjeblieft ook wat van mezelf hebben?'"

"Ik kan me niet voorstellen dat ik van een biologisch kind meer zou kunnen houden dan van mijn geadopteerde dochters", vervolgt ze. "De liefde die ik voor mijn kinderen voel, is al veel heftiger en onvoorwaardelijker dan ik me ooit heb kunnen voorstellen toen we nog kinderloos waren. Als zij pijn hebben, heb ik dat ook en als zij gekwetst zijn, voel ik dat in mijn eigen ziel. Ik weet natuurlijk niet hoe een moeder zich voelt die haar kinderen zelf heeft gebaard, maar het lijkt me onmogelijk dat die liefde nog dieper kan gaan." - Uit het boek: "Laatst trok ik een splinter uit Lisa-Xiu's vinger, waarna er dikke druppels bloed opwelden. Zonder nadenken likte ik ze af en zodra ik de bitterzoete smaak van haar bloed proefde, besefte ik: nu stroomt er wel bloed van haar door mij, maar het mijne stroomt niet door haar. Bloed kruipt waar het niet gaan kan."

Toch zegt ze zich geen enkele zorgen te maken over het feit dat de twee meisjes misschien ooit op zoek gaan naar hun wortels. "Ik vond het een beetje moeilijk om ze te vertellen dat er nog een moeder is. Vooral omdat er ooit een dag zal komen dat ze zich realiseren dat er iemand is die niet voor hen wilde of kon zorgen. En dat zal pijn doen. Als ze naar China gaan, hoop ik dat ze dat doen om de juiste redenen. Niet omdat ze hier zo ongelukkig zijn en hopen dat hun moederland een soort prins op het witte paard zal zijn die al hun problemen op zal lossen, maar uit nieuwsgierigheid en met het zelfvertrouwen dat ik hoop ze te kunnen meegeven."


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden.