|
donderdag 25 januari 2001
'Baby
Blue'
Dodelijk
overspel
door Eric Koch
Hij doet er flink zijn best voor, samen met zijn vrouw Marjan.
Je hoort Peter zeker niet klagen, maar het doel houdt hij altijd
voor ogen: een kind. Dat de vader in spe niet elke dag aan zijn
nageslacht kan werken, is te wijten aan het beroep van zijn echtgenote.
Regelmatig vliegt de stewardess naar exotische oorden. Maar ook
daar doet ze haar huiswerk, al ligt er een andere man in haar armen.
Roeland
Fernhout is een onwillige deelnemer aan een moordcomplot in 'Baby
Blue'.
Thuis, in hun nieuwbouwwijk, worden de hormonen van Peter in de
zomerzon geprikkeld door de nieuwe overbuurvrouw. Een kennismaking
bij een kopje thee wordt gevolgd door een glas wijn bij een diner.
Eerder dan Peter (Roeland Fernhout) weten we dat de verleidelijke
roodharige getrouwd is met de minnaar van zijn echtgenote (Nienke
Romer). Toeval? Natuurlijk niet. De ontvouwing van het onderliggende
complot moet in 'Baby Blue' voor de nodige spanning zorgen.
Die weet regisseur Theo van Gogh in zijn eerste Engelstalige film
aanvankelijk prima op te roepen. Hij creëert een lekker broeierig
sfeertje, gesteund door het goede acteren van met name Fernhout
en het Engelse stel Oliver Cotton en Susan Fidler. De verzorgde
opbouw, met enkele verrassende wendingen, strandt echter in complicaties
en ongeloofwaardigheden.
Net zo ongerijmd als de gastrol van Van Gogh's voormalige diva
Renée Fokker zijn na haar verschijning de ontwikkelingen
in het verhaal van thrillerschrijver Tomas Ross. Je zou bijvoorbeeld
toch mogen verwachten dat iemand ten minste de deur op slot doet
als hij tegenstanders in een huis levend wil laten verbranden. Dat
mislukte laatste half uur zal ertoe leiden dat Theo van Gogh na
een uitstekende reeks films ook ditmaal niet het publiek krijgt
dat hij als een van onze beste en persoonlijkste cineasten verdient.
Jammer ook voor de veelzijdige Roeland Fernhout, die mede door zijn
voortreffelijke Engels een internationaal visitekaartje afgeeft.
|