&referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT=""> Eurojet

Extremadura: het Spanje van de uitersten

door Gerrit Jan Hoek

BARCELONA - De patio van het klooster van Guadalupe ademt een serene rust uit. De imponerende stilte wordt alleen verstoord door het geklepper van de ooievaars, die op de torens en de daken van het Monasterio hun nesten hebben opgetrokken. Franciscaner monniken, gehuld in een blauw truitje in plaats van een habijt, lopen af en aan met koffers. Want het bedevaartsoord van de Maagd van Guadalupe, de beschermheilige van Extremadura, is niet alleen retraite voor de Franciscanen, maar doet tevens dienst als hotel.

Met een excellente bediening, die niet onderdoet voor een vijfsterrenhotel. Het enige dat de monniken niet doen is de gast voor de nacht toedekken. En als bewijs dat de Franciscaners meer in hun mars hebben dan de productie van likeurtjes zoals hun Benedictijner broeders, biedt de keuken van het klooster de hongerige gast excellente regionale maaltijden zoals lamsbout met honing die ver buiten Guadalupe naam en faam hebben gekregen.

Nog volop middeleeuwse sferen in Extremadura.

De inrichting van de 47 kamers van het klooster is spartaans, alleen aangekleed met een schilderij van de Maagd. Maar brandschoon, want je vindt er werkelijk geen stofje op de tegels. De plafonds zijn zo hoog dat je de meest grove capriolen op een trampoline zou kunnen uithalen zonder je hoofd te stoten. De ramen bieden uitzicht op het pittoreske stadje, dat met zijn winkels met kitscherig Toledaans koper helaas niet gevrijwaard is gebleven voor de gevolgen van de commercie van het toerisme. Maar binnen de kloostermuren is de sfeer tot in de verste uithoeken van het heiligdom middeleeuws, van het zitje bij de receptie tot het terras bij de bar. Alleen het zaaltje, waar enkele gasten naar een voetbalwedstrijd op tv kijken, ademt de 20e eeuw uit. Vanuit de receptie loop je zo via een smal gangetje de fraaie, met religieuze schilderijen omzoomde binnenplaats van moorse architectuur op. En voor een bezoek aan de sacristie met schitterende schilderijen van Zurbaran of aan de basiliek met de zwarte maagd hoef je evenmin van het heilige complex af.

Columbus

Slapen en eten in het klooster waar ook paus Johannes Paulus II en Christoffel Columbus, als voorbereiding op zijn ontdekkingsreizen, de nacht doorbrachten en de dis gebruikten, is slechts een van de hoogtepunten van een bezoek aan Extremadura. De meest onbekende (en door het massatoerisme nog nauwelijks ontdekte) streek van Spanje is in alle opzichten fascinerend en biedt alles wat een veeleisende bezoeker zoekt: cultuur, gastronomie, met beenham "pata negra" (zwarte poten) als grootste delicatesse, en vooral natuur. Nergens in Europa is de concentratie van ooievaars zo groot als juist in Extremadura, waar de ooievaars bezit hebben genomen van iedere kerktoren, elektriciteitsmast of verlaten boerenhoeve.

Een boeiend stukje Spanje met nog veel toeristisch onontdekte plekjes.

De grootste attractie van Extremadura is vooral zijn onmetelijke ruimte en zijn groen. Een eigenschap waar de toeristische autoriteiten dankbaar op inspelen getuige de meest recente folders: "Travel green". De regio, met een oppervlakte van even 42.000 vierkante km net een maatje groter dan Nederland en met 25 inwoners per vierkante kilometer weldadig dun bevolkt, beschikt over de meest uiteenlopende landschappen. Variërend van de eindeloze "dehesas", (landerijen met steeneiken, iberische varkens en vechtstieren), die naadloos overgaan in de lieflijke olijvengaarden op de hellingen van de zuidelijke Sierra Morena. En eindigen in de ongerepte natuur van de noordelijke bergketens, met als bekroning de 2401m hoge Calverito in de Sierra de Gredos, die de glooiende valleien van de riviertjes Ambroz, de Jerte en de Vera domineert. Een wereld van in elkaar overvloeiende contrasten, een palet van de meest uiteenlopende kleuren en geuren, of je nu rond trekt in het indrukwekkende en ontstellend ruige berggebied van Las Hurdes in het noorden of in het gecultiveerde natuurpark van Monfrague bij Plasencia, met gekoesterde pronkjuwelen als lynxen en de koningsadelaars als belangrijkste bewoners. Het enige gebied van Extremadura dat minder tot de verbeelding spreekt is de oostelijke streek van de Serena. Een agrarisch gebied met kale landerijen en korenvelden, waar de graansilo's de boventoon voeren. De bijnaam "het Siberië van Extremadura" omdat dit deel van Extremadura vroeger diende als verbanningsoord, zegt daarover voldoende.

'Las Hurdes, tierra sin pan'

De schilderachtige folklore van Extremadura.

Vooral Las Hurdes is met zijn woeste valleien voor natuurliefhebbers een bezoekje meer dan waard. In 1932 draaide de beroemde Spaanse cineast Luis Bunuelin dit gebied zijn veelbesproken film "Las Hurdes, tierra sin pan" (Las Hurdes, land zonder brood). Een aanklacht tegen de mensonterende armoede die in die tijd in dat gebied heerste. De meest schrijnende armoede van dit voorheen totaal geïsoleerde gebied is intussen verdwenen. Maar de behuizing van de overwegend agrarische bevolking, die van de nood een deugd heeft gemaakt door de steile bergwanden als Javaanse sawa's af te graven tot minuscule akkertjes, is nog steeds verstoken van enige luxe. Al geven de eenvoudige stulpjes zoals in het half verlaten gehucht Riomalo de Arriba, waar de bewoners nog boven de stal wonen om 's winters te profiteren van de warmte van de beesten, wel een heel eigen en onbedorven karakter aan de streek. Voor hoelang dat duurt. Want de maagdelijkheid van Las Hurdes heeft de laatste tijd een magische aantrekkingskracht gekregen op het toerisme. In diverse schilderachtige dorpjes als Casares de las Hurdes kan je zelfs voor een paar peseta's de nacht doorbrengen, waarbij de uiterst beminnelijke eigenaar van hostal Montesol, Estanislao, ook nog gratis als zeer goed geïnformeerde gids en vraagbaak van de streek optreedt.

Maar ook de cultuurminnaars kunnen in Extremadura volop aan hun trekken komen. Ieder dorpje, hoe nietig ook op de landkaart, heeft wel een juweeltje van een kapel, een burcht of een kerkje uit de 12e of 13e eeuw. Soms niet meer dan een ruïne, al is het regionale bestuur bezig aan een ware inhaalslag om al het cutuurgoed te restaureren.

Ieder dorpje in Extremadura heeft wel een prachtig kerkje, een kapel of een burcht.

Eeuwenlang was Extremadura slechts een doorgangsroute voor de verschillende volkeren. De Ruta de la Plata (de Zilverroute) is daar nog steeds het sprekende bewijs van. De voormalige Romeinse heerbaan vormde de verbindingsader tussen het zuidelijke Monesterio en Banos de Montemayor in het noorden, zodat reizigers en vooral legers snel door Extremadura konden trekken. (De benaming van die route heeft overigens weinig met "zilver" te maken omdat de naam afkomstig is van het Romeinse "via lata" (brede weg) en van het arabische "balatha", de bestrate weg). Die oude route, waarvan nog talloze restanten nog intact zijn, is sinds kort het nieuwe boegbeeld van het regionale bestuur. De Junta de Extremadura is hard bezig met Europese steun de Ruta de la Plata en de daar in de buurt gelegen monumenten in oude glorie te herstellen en om te toveren tot een alternatief voor de Route van Santiago de Compostela.

Grot

Ondanks die vluchtige passages, hebben de verschillende volkeren toch een stevig cultureel stempel op Extremadura gedrukt. De eerste bewoners van de streek lieten talrijke muurschilderingen achter met de grot van Maltravieso bij Caceres tot voor kort als het enige pronkstuk van formaat. Maar de laatste twee jaar hebben archeologen een ware schat van prehistorische tekeningen ontdekt in het natuurpark van Monfrague. Een ongekende rijkdom, die de befaamde grotten van Altamira in Cantabrie in de schaduw lijkt te gaan stellen. De latere bewoners bezaaiden het gebied met hunebedden, die vooral in de buurt van Valencia de Alcantara talrijk zijn.

Een zichtbaar bewijs dat de Romeinen hier geweest zijn.

De Kelten zochten hun heil hoog en droog, getuige rustieke dorpjes als Magacela, boven op een bergtop met fabelachtig uitzicht over de wijde omgeving. Ook de Romeinen lieten op tal van plaatsen hun erfenis achter. Zoals in Merida (in 25 voor christus door keizer Augustus als Augusta Emerita gesticht als beloning voor de gepensioneerde strijders in Iberia), met een van de best bewaarde theaters van heel Europa en een interessant zij het minder goed geconserveerd amfitheater, circus en aquaduct. En bij Alcantara legden de Romeinen een oogstrelend fraaie brug over de Taag aan, die nog steeds in onberispelijke staat verkeert en vandaag de dag nog steeds voor het verkeer richting Portugal gebruikt wordt. De moren hadden meer oog voor de verdedigingswerken dan voor specifieke kunstuitingen. Extremadura biedt op een enkele uitzondering zoals Caceres na, minder moorse architectonische glorie dan bijvoorbeeld Granada of Cordoba. Maar die hang naar defensie resulteerde in Extremadura wel in een overdaad aan schitterende burchten waarvan er talloze nog in uitstekende staat verkeren. Zoals die van Trujillo, Feria of Fregenal de la Sierra, waar historie en moderne behoeften een wel heel curieuze symbiose hebben gevonden. Binnen de muren van het fort opereert de dagelijkse markt, terwijl het complex ook nog een stierenarena herbergt.

Grote delen van Extremadura zijn zeer dun bevolkt. Een stolpje, wat schapen en wat steeneiken.

Maar Extremadura is vooral het land van de ontdekkingsreizigers en van de militair-religieuze orden. Uit de streek kwamen de veroveraars van Zuid-Amerika, die in hun geboortedorp met beelden geëerd worden: Pizarro in Trujillo en Hernan Cortes in Medellin. Na de herovering van Spanje op de Moren in de 13e eeuw maakten de Orde van Santiago en de Tempeliers de dienst uit. Het klooster van Tentudia, gesticht door de Orde van Santiago, is een van de ultieme bezienswaardigheden van het zuiden van Extremadura. Een oud fort met een unieke moors-christelijke patio, fraai tegelwerk en een onwaarschijnlijke akoestiek. Diverse zanggroepen (niet alleen van religieuze muziek maar ook popgroepen) trekken met enige regelmaat naar het op 1104 meter hoogte gelegen klooster om daar hun cd's op te nemen. Gids Enrique Vadillo, een bezeten kenner van zijn streek, is niet alleen bereid de bezoeker te overweldigen met een scala aan legendes over de Maagd die de christelijke overwinning op de moren mogelijk maakte door de zon stil te zetten. Zijn Salve Maria en zijn gitaartonen echoën vanuit alle hoeken van het heiligdom en laten de bezoeker de rillingen over het lijf lopen. En ook aan de innerlijke mens is gedacht. De rode wijn van het Monasterio de Tentudia is van eminente kwaliteit en sleept bij alle festivals de hoofdprijzen weg.

Ook de befaamde tempeliers hebben hun sporen nagelaten. Met als hoogtepunt de burcht van Jerez de los Caballeros, het laatste bolwerk voordat de Orde van de Tempel in 1312 verboden werd.

Het enige wat Extremadura mist is zee en strand. Al hebben de bewoners van Orellana la Vieja voor dat gemis een simpele oplossing gevonden. De oever van het stuwmeer is herschapen in een provisorisch "strand" van beton, met ligstoelen en rieten parasolletjes als op Ibiza incluis. Het enige probleem is dat door de droogte het waterpeil zodanig ver gezakt is dat je je toch nog op je slippertjes over de rotsen een weg naar de waterkant moet zien te banen.

-----------------------------------------------------------------------

REISWIJZER:

- Het wegennet van Extremadura is over het algemeen uitstekend. De beruchte "wasborden" die in het verleden een permanente aanslag betekenden op de schokbrekers, zijn bijna volledig verdwenen. Diverse gele en groene binnenwegen zijn de laatste jaren geasfalteerd en meestal van betere kwaliteit dan de meeste rode, drukbereden wegen op de kaart. Geen enkel probleem dus om de caravan mee te nemen, ook al omdat de vele bochten zijn verwijderd.

- Het is wel even uitkijken met de benzinemeter, vooral als je de verlaten streek in het noorden intrekt. Het aantal pompen is daar schaars. En bovendien is nog niet bij alle pompen loodvrije benzine te verkrijgen. Tijdig tanken dus.

Cultuur en gastromonie zijn belangrijke levensaders in het gebied van Extremadura.

- Hoewel het toerisme nog in de kinderschoenen staat, is overnachten geen enkel probleem. In de grotere steden als Merida, Badajoz, Zafra, Caceres, Guadalupe en Trujillo zijn meerdere hotels, waaronder zes de schitterende staatshotels (paradors), doorgaans oude kastelen. En ook in de afgelegen streken als Las Hurdes kan je in een hostal terecht. In de noordelijke sierra's, zoals in Robledillo de Gata, is overnachten mogelijk tegen zeer schappelijke prijzen in "casas rurales", oftewel plattelandspensions. Wel is het raadzaam in het hoogseizoen overal van tevoren te reserveren.

- De paradores zijn niet goedkoop. Een overnachting kost doorgaans rond de ƒ225 of meer. Maar als je een boekje koopt van vijf overnachtingen komt een nacht ongeveer op een alleszins betaalbare 10.000 pesetas, ofwel ƒ130.

- Het is handig om een gids aan te schaffen waarin de data voor de vaak zeer bezienswaardige patronaatsfeesten van de verschillende dorpen staan en van culturele festiviteiten zoals het mondiaal bekende Festival van Klassiek Theater in Merida.

- Een bezoekje aan het natuurpark van Monfrague is zeer de moeite waard, zowel voor bekijken van vogels en andere dieren als bezoek aan het kasteel voor prehistorische muurschilderingen. Je kan er zelfs overnachten in speciale hutjes, terwijl er ook een camping in de buurt is. Informatiecentrum in Villareal de San Carlos (tel.: 927 220505/927 224662).

- Niet in de tekst genoemde plaatsen die toch een bezoekje waard zijn: Castuera, Montemolin, Calera de Leon, Olivenza, Badajoz, Alburquerque, Montanchez, Santibanez el Alto, Torre de Don Miguel, Hervas, Jarandilla de la Vera.

EIGEN FOTO'S

Publicatiedatum = 29 mei 1999