&referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT=""> Eurojet

Herfst in de rietlanden

door Henk de Koning

KALENBERG - Staatsbosbeheer heeft in het Nationaal Park 'De Weerribben' in Noordwest-Overijssel is het 'Laarzenpad' dwars door een stuk ruig rietland en een stukje moerasbos voor ondernemende toeristen in gebruik genomen, terwijl plannen rijpen het bestaande 'Natuurpad' in het 3500 hectare omvattende laagveen-gebied van een nieuwe bewegwijzering (met natuur-opdrachten voor de bezoekers) te voorzien. Tenslotte zullen ook de omliggende natuurgebieden De Wieden en de Rottige Meenthe via verbindingsstukken bij de Weerribben aansluiting moeten vinden, zodat één kolossaal natuurreservaat ontstaat, vrij toegankelijk voor het publiek en met betere kansen voor plant en dier. Staatsbosbeheer overweegt hier zelfs weer de otter te introduceren. Wij maakten alvast een herfstwandeling in de Weerribben tussen vallend blad en wuivend riet.
De Weerribben, de Rottige Meenthe en de Wieden kennen tal van schilderachtige plekjes. De herfst zet er nu een extra mooie lijst omheen.

Boswachter Egbert Beens van Staatsbosbeheer moet steeds een beetje glimlachen wanneer hij de nieuwste toeristische attractie, het 'Laarzenpad' van Staatsbosbeheer in het Nationaal Park de Weerribben in Noordwest-Overijssel ter sprake brengt. Want hij ziet het al helemaal voor zich, de moderne stadse mens, vaak danig vervreemd van de natuur, maar op het Laarzenpad in het zompige veen op pittige wijze hiermee opnieuw geconfronteerd.

Tot op de parkeerplaats van het typische rietdorp Kalenberg is men nog gewoon toerist, doch direct buiten de bebouwde kom, aanbeland in een vrijwel onaangeroerd rietveld (het circa 2 km lange pad wordt slechts twee maal per jaar gemaaid) ondergaat men als bij toverslag de verandering tot rietteler, met een stevige boterham en een kruikje koffie op weg naar zijn werk.

De Weerribben en omliggende natuurreservaten kennen fraaie wandel- en fietsroutes, maar het meeste verkeer begeeft zich toch over water.

Kruipend onder een gevallen boomtak door, worstelend met dichte braamstruiken die zich aan de kleding vasthaken,in de weer met geknakt riet dat na een windvlaag in grote bossen de weg verspert, slootje springend omdat bruggetjes ontbreken of balancerend op vlondertjes van losse planken om de overkant te bereiken. Spannend en avontuurlijk, maar wel een tocht voor personen met enige conditie en het besef dat tegen natte voeten in de aanduiding "Laarzenpad" een belangrijke boodschap ligt opgesloten.

In sommige plankers die de bezoekers door de rietvelden voeren staan de namen van de hier voorkomende vogels in het latijn opgetekend. Ook buitenlanders weten dan om welke vogels het gaat.

Water is de overheersende factor in de Weerribben en De Wieden; samen vormen zij het belangrijkste laagveenmoeras van Noordwest-Europa. Alle levensvormen die in de Weerribben, de Wieden en de Rottige Meenthe voorkomen, zijn in meer of mindere mate dan ook aan het water gebonden. Zowel de rietlanden, de hooilanden en de moerasbossen als de zoogdieren, de vogels en de insecten. Nu, in de herfst, worden die gebieden tevens druk bevolkt door vele honderden vogels op trektocht.

Het Laarzenpad slingert zich met labyrint-achtige contouren door het anderhalf tot twee meter hoge, gepluimde riet,- een zee van ruisend, golvend groen in de driftige herfstwind, afgewisseld door de schreeuw van een buizerd of de roep van staartmees of een spreeuw.

Fluisterboot

Egbert Beens is niet alleen boswachter in dienst van Staatsbosbeheer, maar ook gids in de Weerribben en schipper van een van de 'fluisterboten'(een door accu's aangedreven en daardoor vrijwel geruisloze rondvaartboot) waarmee toeristen prinsheerlijk over de wolken spiegelende vaarten, tochten en trekgaten van de Weerribben worden geleid.

Een zogenaamde Tjasker, een verplaatsbare watermolen, waarvan er nog enkele in de Weerribben staan.

Alle wetenswaardig-
heden over het gebied zijn verkrijgbaar in het Natuuractiviteiten-
centrum van Staatsbosbeheer in het Nationaal Park de Weerribben. Ook het VVV-kantoor is hierin ondergebracht. Een klankbeeld en een kleine expositie vertellen in deze ruimte bovendien hoe de Weerribben zich in eeuwen hebben gevormd en hoe er tot nog vlak na de oorlog turf werd gestoken. Een nagebouwd vervenershuisje laat zien hoe schamel de turfstekers vroeger woonden en leefden.

Het huidige landschap van de Weerribben dankt zijn bestaan aan het afgraven van veen voor de turfwinning. Ribben zijn de smalle stroken land waarop de uitgestoken turf te drogen werd gelegd, de weren zijn de uitgeveende delen, ook wel 'petgaten' genoemd. Het Laarzenpad door het riet voert dan ook over de bestaande ribben van een oorspronkelijke vervening.

Boswachter Egbert Beens is gids in de Weerribben, maar ook schipper van een 'fluisterboot', die zonder lawaai zijn energie van accu's ontleent.

Hoewel het water sterk overheerst lenen de Weerribben - maar eigenlijk nog meer het daarop lijkende natuurreservaat de Rottige Meenthe - zich uitstekend voor uitgebreide fiets- en wandeltochten. De herfst is daar een uitgekiend tijdstip voor, omdat het prachtige, dramatische karakter van dit seizoen goed past bij de mythe van het veen, waar op de bodem van de diepere trekgaten vreemde gedrochten, de zogenaamde 'Zwarte Fruinen' zouden huizen. Slechts te zien bij stormachtig weer of bij heldere maan. U maakt dus nu een kansje.....

Voetpad

De Rottige Meenthe is een natuurreservaat in de Grote Veenpolder bij Wolvega, begrensd door een eeuwenoud voetpad en het grensriviertje de Linde tussen Friesland en Overijssel. Omstreeks de 13e eeuw kwamen de eerste boeren in dit gebied wonen. Die gebruikten al heel vroeg de naam 'Rottige Meenthe' omdat de kwaliteit van de gemeenschappelijke weidegronden (meente) bijzonder slecht was. In 1955 kocht Staatsbosbeheer hier de eerste grond aan. Nu beschikt zij in de Rottige Meenthe over in totaal 800 hectare natuurgebied dat nog kan uitgroeien tot 1100 hectare. Ook in dit gebied is een aantal prachtige wandel-en fietsroutes uitgezet.

Een Sinnekop-watermolen in de Weerribben. De meeste molens van dit type zijn uit het veengebied verdwenen nadat hun taak in 1920 door een groot gemaal is overgenomen.

Opnieuw is daar die glimlach bij boswachter Beens als hij ziet hoe moeizaam wij ons over het zompige Laarzenpad voortbewegen. Beens noemt dit de nieuwe wijze van de natuur beleven, hij wel! Tijdens een korte pauze legt hij uit dat het pad uitsluitend voor het publiek is opengesteld van augustus tot april, dus buiten het broedseizoen van de vogels. Het Laarzenpad vindt zijn eindpunt ook weer op de parkeerplaats van Kalenberg.

In een zo waterrijk gebied kan het niet anders of je komt watermolens tegen. "Het vlakke polderland van de kop van Overijssel, Groningen en vooral ook Friesland stond er vol mee," zo vertelt Hans Elzenaar van Staatsbobeheer, tevens molenaar op de Spinnekopmolen "De Wicher" in de Weerribben. "Vooral de verplaatsbare kleine'Tjasker' was als watermolen zeer geliefd. Tot in de veertiger jaren bevonden zich zo'n 40 tot 50 watermolens in de Weerribben. Ze verdwenen grotendeels met de bouw van het Stroïnkgemaal dat de taak van de molens overnam," weet Elzenaar.

Riet

Het beste riet voor dakbedekking komt uit Kalenberg. Daar maken we een praatje met de 76-jarige, gepensioneerde rietsnijder Koendert Kuit. Reeds als kind ging hij met zijn vader mee om in het riet het vak spelenderwijs te leren. "Het beroep van rietsnijder was toen een arm bestaan. Het mooie ervan was het leven buiten, in de vrije natuur," vertelt hij. De rietsnijders vormen een volk apart met zelfs een eigen taal. Een snip is voor hen een 'Hemelgeite', een kiekendief een 'Glee' en een Roerdomp 'de koe van de Weerribben."

Gepensioneerd rietsnijder Koendert Kuit toont hier een paar typische rietsnijders-laarzen. Als kind van tien jaar ging hij al met zijn vader mee de rietvelden in om het vak spelenderwijs te leren.

Op een plankier in het riet staan de latijnse namen van de vele vogelsoorten gegraveerd die in de Weerribben voorkomen. "De Latijnse aanduidingen zijn namelijk overal in de wereld bekend, zodat iedere toerist direct weet waar we het hier over hebben," aldus Egbert Beens, die tot slot nog opmerkt dat het met de kennis der natuur van veel mensen vaak droevig is gesteld. "Wijzend op het lange riet vragen ze wel: "Waarom staat het gras hier zo hoog?" of roepen, wijzend naar een buizerd verrukt uit: "Kijk een reiger!".

Inlichtingen: Natuuractiviteiten-centrum De Weerribben, tel.: 0561-477743.

Publicatiedatum = 30 oktober 1999