Het stinkt er, het is er vies en iedereen zet je af, maar India gaat in je bloed zittendoor Marjolein Hurkmans 'Maleisië', zegt een mevrouw op het vliegveld; 'dat is een mooi land.' We staan samen te wachten. Te wachten op de zoveelste rits stempels van de zoveelste officieel geklede functionaris met een onduidelijke functie. Dit is India. En in India gaat niets snel. Het overheidapparaat lijkt er gigantisch. Alleen al op dit vliegveld van Bangalore lopen tientallen mannetjes en vrouwtjes rond met opgespelde pasjes voorzien van een foto. Ze trekken je bagage ongevraagd uit je handen, rijden karretjes af en aan, stempelen zich suf en blijven je daarna steevast aanstaren met een blik op oneindig. Dan moeten er rupi's geschoven worden, zo ontdekken we al snel. Of nog beter, dollars: 'a small dollar to show appreciation, please'. Het stinkt in India, het is druk in India, jezelf in het verkeer begeven kan je dood worden in India, en niemand steekt een vinger uit wanneer je niet met bankbiljetten zwaait in India. We komen aan in Bombay dat tegenwoordig Mumbay heet. Het is vijf uur in de ochtend als we uit het vliegtuig stappen en (eind november) zo'n 24°. Om door te vliegen naar Bangalore (onze eindbestemming) moeten we eerst naar een ander vliegveld. Na veel heen en weer gepraat komen we er achter dat er een speciale bus op en neer pendelt tussen het 'International' en het 'Domestic'. De rit wordt de meest schokkende ervaring van ons leven. Dwars door de ergste sloppenwijken van India worden we gevoerd. Magere groezelige kinderen rennen met uitgestoken handjes achter ons aan. Hologige mannen en vrouwen zitten tussen afval en op de stoep ligt een dode hond. Of de bewegingloze mensen dood zijn of gewoon slapen, hebben we niet uitgezocht. En ondertussen dringt de geur van het land onze neusgaten binnen. De lucht is zwanger van rotting, verderf en diesel en die stank zal ons gedurende het gehele verblijf begeleiden. Op de straat, in de hotels en restaurants. Je kunt er niet voor vluchten. Voor eeuwig zal India zijn geurstempel in onze herinnering hebben gedrukt. Bangalore
India is kleurrijk. De vrouwen lopen stuk voor stuk in prachtige sari's. Diep-turquoise, fel cyclaamroze, stralend goudgeel. India is komisch: de straat is vergeven van de gemotoriseerde riksja's en kleine scootertjes. Ze krioelen als nijvere mieren door elkaar heen. Niemand geeft voorrang, op tweebaanswegen rijden ze met z'n vijven naast elkaar en bijna geen enkel karretje is gedeukt. India is vriendelijk. Je wordt van alle kanten toegelachen, iedereen is bereid je te helpen (de rupi's zijn geen verplichting, maar versnellen de zaak wel). India is een paradijs. Nergens zijn zulke prachtige stoffen te koop als in dit land. Geborduurde zijde, lappen met ingeweven randen in alle kleuren van de regenboog. Kashmier shawls, zilveren sieraden die rinkelen om je pols en enkels, met de hand geverfde doosjes en eierdopjes, suede tasjes vol geborduurde bloemen. En India is uniek. Voor de verwende Westerling is de cultuurschok enorm. Een weekendje Bangalore is niet aan te raden. Het kost dagen om te wennen aan de stank en de drukte. Maar als je eenmaal zover bent, als je door het stof en het afval heen kunt kijken, je openstelt voor de bizarre schoonheid van dit land, dan gaat India in je bloed zitten. Zoals een ervaren reiziger zei: 'geen enkel land heeft zo'n onuitwisbare indruk achtergelaten als India'.
Iedere taxi-chauffeur probeert je aan het winkelen te krijgen. Ze krijgen commissie's van de zaken waar ze buitenlandse toeristen afleveren. En eenmaal in het pand, ben je er nog niet weg. De verkopers zijn ontzettend opdringerig. Vol overgave spreiden ze de sari's voor je uit. Ook als je zegt dat je alleen voor een shawltje komt. Ondanks de toenemende Westerse invloed, blijven de Indiase vrouwen zelf fanatiek in de comfortabele originele dracht lopen. Grappig genoeg nemen de jongeren wel de Westerse ideeën over, maar trekken ze geen spijkerbroek aan. Dat wordt nog eens extra ge-illustreerd door de Indiase films (in Bollywood, het plaatselijke antwoord op Hollywood worden jaarlijks meer films gemaakt dat in het Amerikaanse equivalent). Geen ge-arrangeerde huwelijken spelen de boventoon in deze rolprenten, maar echte suikerzoete ware liefde (de meeste Indiase films zijn een kruising tussen 'Grease' en 'The Blue Lagoon'). Toch lopen de beelschone hoofdpersonen hand in hand op het strand in traditionele Indiase kledij. Net als op de echte straten. Hier slepen de zijden doeken echter niet door het witte zand, maar door de rotzooi. Niemand maalt er om. Miljoenen mensen Er wonen en werken miljoenen mensen in Bangalore. Een groot deel van hen is taxi-chauffeur. Deze hanteren allemaal verschillende prijzen. Voor een ritje dat de ene keer 45 rupi's kost, wordt de andere keer het vijf-voudige gevraagd. De meeste toeristen huren een auto of riksja voor een hele dag. Dat kost je nauwelijks meer dat een rit van Amsterdam Centraal naar het Leidse Plein. Maar dan moet je wel onderhandelen. Dat moet je voor alles in India. Vooral ook in de winkels. Geroutineerde India-gangers bieden steevast de helft van de vraagprijs. Wie niet van dat marchanderen houdt, doet er goed aan naar een governemental shop te gaan. Hier kan niet onderhandeld worden. Daardoor ben je misschien iets duurder uit, maar je wordt er ook niet afgezet. Ach, wat valt er nog meer te zeggen over een land dat zo vies en zo prachtig indrukwekkend is. Je moet er geweest zijn om te weten hoe het land voelt en zich in je porieën nestelt. In het vliegtuig op de heenreis zat een man die regelmatig in India was geweest. Hij wist de whiskeyfles goed te raken. Naarmate de vlucht vorderde werd zijn toestand steeds benevelder. Midden in de nacht begon hij plotseling te huilen: 'ik hou zo van India', snikte hij terwijl hij zijn glas kapot kneep. Publicatiedatum = 04 januari 1997 |