AMSTERDAM - Voor de aanstaand leider van de PvdA, Ad Melkert, is het vertrek van Rob van Gijzel uit de fractie buitengemeen pijnlijk. Twee weken voor het congres waarop hij tot voorman van de PvdA wordt gebombardeerd, blijkt hij zijn eerste grote politieke crisis niet goed ten einde te voeren. Dat werpt zijn schaduw over zijn kroningscongres.
De PvdA had het nog zo goed georganiseerd. Stap voor stap werd de overdracht van de macht van Kok naar Melkert uitgevoerd. In januari werd hij officieel tot kroonprins aangewezen en in het voorjaar hield hij op een grote PvdA-bijeenkomst een spraakmakende en goed ontvangen rede.Vervolgens trok hij het land in om de problemen te zien.
Fraude
Zijn opmars werd in de zomer enigermate geschaad door de fraude met Europese werkgelegenheidssubsidies. Hij had daarop als minister van Sociale Zaken te weinig controle uitgevoerd wat ons land op termijn nog veel geld kan kosten. Maar eind augustus liet Kok weten volgend jaar te vertrekken. Hij wees Melkert aan als zijn opvolger. Binnen de partij was zijn positie onomstreden. Er was trouwens ook geen andere opvolger.
De PvdA had geleerd van het CDA-debacle uit 1994 toen Lubbers tegenover zijn aangewezen opvolger Brinkman kwam te staan. De overdracht van de macht moest punctueel worden voorbereid en uitgevoerd. Conflicten tussen de nieuwe leider en zijn voorganger moesten absoluut vermeden worden. Dat was de PvdA op een klein incidenten na ook gelukt. Maar niemand weet nog hoe de kiezers denken over de figuur Melkert. De koppositie van de PvdA in de verkiezingsenquêtes nu wordt voornamelijk bepaald door de breed vertrouwde, maar wat vlakke Wim Kok.
De wens om de opvolging in harmonie te laten verlopen en conflicten met Kok te vermijden, bracht Melkert vorige week in de problemen. Zijn collega Rob van Gijzel was op oorlogspad tegen minister Korthals. Die had een schikking moeten accepteren in de zaak van de fraude bij de bouw van de Schipholtunnel.
Van Gijzel wilde koste wat kost van die schikking af. Daarvoor bleken er onvoldoende juridische gronden. Hij had de zaak politiek echter zo hoog opgespeeld dat hij niet kon inbinden toen het kabinet inclusief premier Kok bleef weigeren tegen die schikking in beroep te gaan. Zij steunden minister Korthals.
Kiezen
De PvdA-fractie en Melkert moesten hierop kiezen tussen Van Gijzel en het kabinet. Had de PvdA-fractie bij voorbaat voor de eerste gekozen zoals die verlangde, dan had dat haar in een onmogelijke botsing met Korthals en dus met de regering inclusief Kok gebracht. Die had het voortijdig einde betekend van het tweede kabinet-Kok. Het doemscenario van het CDA zou dan in werking zijn getreden. De weg van Van Gijzel was geen begaanbare weg. Hij moest zwijgen.
Op zijn beurt kon of wilde van Gijzel ook niet meer terug. Hij had de zaak (onnodig) op de spits gedreven. Zijn geloofwaardigheid was geheel weg als hij alsnog had ingebonden en zijn spreekverbod had geaccepteerd. Hij had ook niets met Melkert die hem op de nauwelijks verkiesbare 43e plaats op de Kamerlijst zou hebben gezet wat deze ontkent. Van Gijzel stak zijn ontevredenheid daarover niet onder stoelen of banken. Hij was op het einde van de parlementaire enquête over de Bijlmerramp drie jaar geleden ook al onder het juk van Melkert doorgegaan. Hij vond toen dat minister Borst had moeten aftreden omdat zij niet voldoende had gedaan voor de gezondheid van de mensen in de Bijlmer.
Inbinden
Maar Melkert en de fractie bleven Borst steunen, haar woordvoerder in de kou zettend. In de strijd over Schiphol, de NS en andere verkeersonderwerpen met minister Netelenbos moest de lastige Van Gijzel ook menigmaal inbinden. Hij houdt er van hoog in te zetten.
Toen hij dat in de affaire rond de Schiphol-fraude ook deed, heeft hij de politieke gevolgen waarschijnlijk niet goed overzien, of willen overzien. Hij had bovendien de instemming van vice-fractievoorzitter Duivesteijn om er een nummer van te maken waarmee hij zijn hand wel overspeelde. Inhoudelijk heeft hij geen gelijk. De staat lijdt door de fraude geen financiële schade. Die heeft de NS terugbetaald. De fraudeurs hebben de maximaal mogelijke boete gekregen. Een strafproces had weinig meer opgeleverd, maar had wel veel geld, tijd en mankracht gekost. Hij wilde bovendien dat de minister tegen het OM in zou gaan wat staatsrechterlijk vreemd is. Bovendien heeft een minister zich eigenlijk niet met individuele strafzaken te bemoeien, en het parlement al helemaal niet.
Gefingeerd
De fraude bij de bouw van Schipholtunnel heeft niets te maken met de grote bouwfraude waarvan Van Gijzel, wel terecht, een groot punt wilde maken. Die laatste gaat over verboden prijsafspraken bij de aanneming van een bouwwerk die de kosten opdrijven. Bij Schiphol ging het om gefingeerde nota's om de te grote winst op de bouw te drukken.
Van Gijzel had die zaken moeten scheiden. Door ze samen te voegen vergrootte hij weliswaar zijn attentiewaarde - nooit weg voor het vaststellen van de Kamerlijst - maar hij vergat dat dat vooral Melkert in een lastig politiek pakket bracht. Die kon niet anders dan Van Gijzel het woordvoerderschap ontnemen. Hij was een blok aan Melkerts been.
De affaire brengt zes maanden voor de verkiezingen de PvdA in rep en roer. Daarop zat Melkert natuurlijk niet te wachten. Het wekt twijfel over zijn leiderschapskwaliteiten en speelt populisten in de hand die ongetwijfeld zullen uitroepen dat "ze" in Den Haag alles onder het vloerkleed schuiven.
Melkert had zich een leukere en betere start van zijn leiderschap gewenst. |