De analyse van oud-Tour winnaar Jan Janssen

29 Juni, proloog Den Bosch-Den Bosch (9.4 kilometer):
"Ik heb hem deze week gefietst, schitterend rondje. Vijf bochten, uitstekend geschikt voor Indurain. Boardman heeft iets ingeboet als proloogrijder, maar rijdt bergop sterker. Zülle, Berzin, Rominger is niet acrobatisch, hij moet gewoon de grote versnelling draaien. Ik verwacht geen nieuw record: één bocht is te lastig."

30 Juni, 1e etappe Den Bosch-Den Bosch (209):
"Draaien en keren. Als er voor de Hollanders iets te halen valt, is het hier. Met alles erop, erachter, erbij en aan de zijkanten zeg ik heel voorzichtig Blijlevens. Als er maar een Nederlander wint. Het Oranje-gevoel moet terug in de Tour. TVM of de Rabobank doet niet terzake."

1 Juli, 2e etappe Den Bosch-Wasquehal (247.5):
"Massasprint, in de eerste dagen moeten de rappe mannen hun slag slaan. Cipollini, Blijlevens, Zabel, noem ze maar op. Mocht het geen sprint worden, let dan op Tchmile. Hij woont daar in de buurt."

2 Juli, 3e etappe Wasquehal-Nogent-sur-Oise (195):
"Zelfde uitslag als de dag ervoor, plusminus."

3 Juli, 4e etappe Soissons-Lac de Madine (232):
"Iets lastiger, je moet een beetje handig zijn. Blijlevens kon het vorig jaar, hij moet het nu nog kunnen. Hij heeft dit seizoen al een paar leuke dingen laten zien."

4 Juli, 5e etappe Lac de Madine-Besançon (242):
"De ploegentijdrit is er niet meer. Prima, weg ermee. Een goede renner in een middelmatige ploeg heeft geen kans om de Tour te winnen. Besançon, wij zitten al een beetje in de Jura. Blijlevens hier geen kans meer. Een spoorbrug en hij is gezien. Die kracht gaat ten koste van zijn sprint."

5 Juli, 6e etappe Arc-et-Senans-Aix-les-Bains (207):
"Midden in de cols, daar komen de sterkere mannen aan de bak. Museeuw, Baldato, Sörensen, Bruyneel."

6 Juli, 7e etappe Chambéry-Les Arcs (199):
"Eerste bergetappe. De Madeleine, daar heb ik slechte herinneringen aan. Een moeilijke afdaling naar de Vallée de Tarentaise. In 1969 gingen wij over de Télegraphe, Galibier, aankomst in Briançon. Ik verloor in een dag twintig minuten. Merckx demarreerde, ik ging mee en reed mijzelf helemaal kapot. Slechte dagen van dit kaliber zie je nu niet meer. In de breedte zijn er meer sterke renners. Helaas is Pantani er niet bij. In Les Arcs had hij voor zijn eerste stunt kunnen zorgen."

7 Juli, 8e etappe Bourg-St. Maurice-Val d'Isère (tijdrit 30.5):
"Is niet steil, veel vals plat. De bekende namen, Indurain, Jalabert, de jongens voor het klassement. Berzin? Ik heb de indruk dat de jongens die de Giro hebben gereden, dat die in dergelijke ritten als het echt niet gaat de trein nemen en naar huis rijden. Zülle, Rominger, onze Franse vriend Virenque moeten daar kort eindigen."

8 Juli, 9e etappe Val d'Isère-Sestrières (189,5):
"De aankomst naar Sestrières, waar Chiappucci in 1992 zijn festival heeft opgevoerd. Dat kan hij nu niet meer, alhoewel ik een geweldige waardering voor hem heb. Hij heeft nooit grote wedstrijden gewonnen, maar vliegt er altijd in. Een knokker, die terugkomt uit verloren positie. Het moet een Italiaanse dag worden. Bugno, oppassen. In de Giro en de Ronde van Zwitserland heeft hij heel goed gepresteerd. Casagrande, Rebellin, Gotti, vergeet ze niet. Dat geldt ook voor Madouas."

9 Juli, 10e etappe Turijn-Gap (208,5):
"Niet mis. De Montgenèvre is lang, maar niet lastig. Hij ligt halfkoers, daarna kan veel hersteld worden. Ik zie een groot pak aankomen."

10 juli, rustdag:
"Uitrusten voor het Massif Central."

11 Juli, 11e etappe Gap-Valence (202):
"Wie wil opschuiven in het klassement, moet daar toeslaan. Vorig jaar verraste Jalabert iedereen. Hij nam zelfs zeventien minuten. Niet de echte klimmers, Bruyneel, Sörensen, die types. Hier moeten zij hun slag slaan. Renners die op een kwartier staan, kunnen zo maar de top-vijf binnenrijden. In 1966 verloren Anquetil en Poulidor hier de Tour. Op dit terrein waren zij koning. Met derde en tweede garnituur, waar ik mijzelf ook toe rekende, pakten wij zestien minuten. Aimar, Brakke, dat soort jongens. Hele gevaarlijke rit."

12 Juli, 12e etappe Valence-Le-Puy-en-Velay (143,5):
"Vorig jaar heeft Indurain zich in deze omgeving vergist in de kwaliteiten van Jalabert. Hij kan de Tour winnen. Het wordt een kat-en-muis-spel. Jalabert krijgt nu geen tweede kans. Riis? Hij heeft mij nog niet overtuigd."

13 Juli, 13e etappe Le Puy-en-Velay-Superbesse-Sancy (177):
"Ik ken de cols uit dat middengebergte niet. De hele dag op en neer. Geen rit voor de echte klimmers."

14 Juli, 14e etappe Besse-Tulle (186,5):
"Quatorze juillet, daar geloof ik niet in. Geen honderd meter recht. Moeilijk te controleren. Draagt Indurain hier al de gele trui en gaat hij die verdedigen? Dan wordt het moeilijk. Mooie rit voor Madouas, een gevaarlijk ventje. Hij kan tien minuten pakken. Rominger, als hij een goede dag heeft. Ik ken die omgeving goed. In 1963 zit ik in de ploeg bij Dick Enthoven. Wij komen in Angers, waar wij de vorige dag waren aangekomen. Niemand te bekennen. Wij rijden achter het peloton aan. Tachtig kilometer achtervolging. Wij komen terug, iedereen lachen. Ik zeg, wacht maar. In Limoges was de aankomst op de sintelbaan. Ik vlieg er tussenuit, zestig per uur. Van Looy en Foré achter mij aan. Honderd meter was genoeg. De andere dag was ik wel op tijd bij het vertrek. Een paar dagen later viel ik op de Tourmalet. Heup gebroken, maar ik had mijn overwinning meegepikt."

15 Juli, 15e etappe Brive-La-Gallarde-Villeneuve-sur-Lot (176):
"Minder lastig, maar als het daar echt heet is, is het ook echt heet. In mijn tijd pakte Stablinsky, geen klimmer, heel slim, daar een keer vijf minuten."

16 Juli, 16e etappe Agen-Lourdes-Hautacam (199):
"Daar ging Rominger in '94 door het ijs na een geweldige aanval van Indurain en Leblanc. Rominger heeft nog een keer alles op de Tour gezet, hij rijdt in een wereldploeg en hoort bij de favorieten. Op de Hautacam komen de grote renners naar voren."

17 Juli, 17e etappe Argeles-Gazost-Pamplona (262):
"De koninginnerit. Ik heb het idee dat het toch gaat meevallen. Iedereen rijdt met zijn billen tegen elkaar. Wie vroeg in de aanval gaat, vinden ze vanzelf aan de andere kant van de weg. Het klassement is daar al gemaakt. De top-tien is zeer waakzaam. Zülle, Indurain, Jalabert en Virenque zijn daar de mannen. Ik was altijd bang voor de Pyreneeën. Als je uit het raam keek, keek je omhoog. Toch reed ik daar beter dan in de Alpen, maar ik heb daar nog steeds geen verklaring voor."

18 Juli, 18e etappe Pamplona-Hendaye (154,5):
"Ik ben daar eens aangekomen in de buurt. Bellone was er in de rit naar Bayonne net tussen uit geglipt. Het peloton zat bij elkaar, draaien en keren. Wij komen op de piste, ik win de sprint voor Hoban en Guimard. Hoor ik na de finish dat Bellone gewonnen had. Wat een tegenvaller."

19 Juli, 19e etappe Hendaye-Bordeaux (226,5):
"Daar heb ik een keer de Tour de l'Avenir gewonnen op de verjaardag van Cora: 30 juni. Een Nederlandse stad, Harmeling won vier jaar geleden. Maar hoeveel Nederlandse coureurs rijden er? Tien. De kans is zeer klein. Armstrong, pas op, die ben ik bijna vergeten. Een sterk ventje. Jammer dat zijn ploeggenoot Max van Heeswijk niet rijdt. Daarna is het al te laat voor Den Bakker, Van Bon. Zij moeten mikken op de eerste ritten. Daarna kunnen wij even achterover leunen. Alhoewel Bordeaux, je weet het nooit."

20 Juli, 20e etappe Bordeaux-Saint-Emilion (tijdrit 63,5):
"Het zou mooi zijn als hij daar pas de Tour beslist. Eerst moeten Jalabert, Rominger en Zülle zijn leven zuur maken, waarna hij in Saint-Emilion orde op zaken stelt zoals ik in 1968 deed door in de afsluitende tijdrit Herman van Springel te verslaan. Wat heeft het voor nut als Indurain zoals Merckx in de proloog de gele trui pakt en niet meer afstaat. Indurain is al vijf jaar een robot, misschien blijkt hij in deze Tour ook een mens te zijn. En wat te denken van Rominger, hij kan geweldig tijdrijden. Bovendien, ik ben hem helemaal vergeten, kan Rominger ook nog eens beschikken over Olano. Als Mapei de rijen sluit, is dit een geweldig machtsblok. Maar als dat niet lukt, krijg je het Nederlands-elftal-effect."

21 Juli, 21 etappe Palaiseau-Parijs (147,5):
"Ik geef Indurain 85 procent kans om daar weer in het geel te rijden. Wat ik jammer vind, is dat hij nooit demarreert op de Champs Elysées. Maak er iets van, dat hoort bij zijn vak. Hinault deed dat wel. Wat voor risico neemt Indurain als hij er een snok aan geeft. Laat iets zien! Dat doet hij niet en dat vind ik jammer. Mijn top-drie: Indurain, Jalabert, Rominger."


Terug naar het overzicht


home | renners | ploegen | etappes | nieuws | spel